Komrij’s Portugees huis wordt internationaal poëziecentrum


Huize Komrij in Portugal wordt in het najaar van 2013 een baken voor iedereen die met poëzie bezig is, aldus Charles Hofman, Komrij’s levenspartner.

Een geweldig mooi bericht!

Gerrit Komrij © Hollandse Hoogte

Jan Haerynck, die een Jan Hoet-biografie schrijft in Komrij’s huis in ‘Villa Pouca’ in Portugal, vernam van uitgeverij De Bezige Bij dat de kogel door de kerk is. Nog in het najaar van 2013 wordt het Portugese huis van Komrij een internationaal uitwisselingscentrum voor dichters en iedereen die met poëzie begaan is.

Komrij (1944-2012) was een groot promotor van de poëzie; hij schreef niet alleen zelf gedichten, maar financierde ook allerlei initiatieven: van het uitbrengen in 2010 van een dichtersreeks voor debutanten (‘De Sandwichreeks‘) tot het steunen  van een poëzietijdschrift (‘Awater‘) en dito vereniging en de jaarlijkse Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, waar iedereen die een dichtregel op papier wil zetten aan kan meedoen. Uiteraard deed Komrij ook via zijn  beroemde poëziebloemlezingen de poëzie alle eer aan.

Daarom besloot Charles Hofman, partner van Komrij, in samenspraak met Suzanne Holtzer van De Bezige Bij, om het voormalige huis van Komrij als dichterscentrum te laten functioneren. Op die manier wordt de herinnering aan Komrij “het poëziebeest” levendig gehouden. Hofman en Holtzer vertelden Haerynck dat de subsidie-aanvragen al de deur uit zijn om dit initiatief alle kans van slagen te geven. Maar dat het er komt, staat vast. Suzanne Holtzer zegt het zo: ‘Charles Hofman heeft een heel duidelijke en betrokken visie op hoe het moet worden. Hij wil niet alleen de geest en het werk van Komrij levend houden – de literaire nalatenschap is daar ook te bekijken – maar vooral ruimte bieden aan anderen die betekenis willen geven aan de poëzie.’

(bronnen: o.a. Knack.be en eigen bronnen)

 

 

Ramsey Nasr: Mi have een droom – Alle vaderlandse gedichten


‘Het zijn de Polen. Het zijn de Grieken. Het is de kunst. Het zijn de moslims. Het is de elite. Het is Europa. Het is de Ander’, schreef Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr. Hij markeerde het einde van zijn functie, februari dit jaar (2013), met de dichtbundel Mi have een droom. De bundel behandelt de belangrijkste gebeurtenissen van de afgelopen jaren: van de aanslag op de koninklijke familie tot de installatie van het kabinet-Rutte II, het bloedbad in Alphen aan den Rijn, de kwestie-Mauro en nog veel meer. Mede (maar niet alleen) door zijn Palestijnse achtergrond kwam hij als vanzelf in aanvaring met de xenofobie en het racisme van de PVV. Zijn kritiek op het kabinet-Rutte I, de gedoogconstructie en het cultuur(wan)beleid komen terug in zijn werk en publieke uitspraken. Nasr’s werk heeft de verkoop van poëzie omhooggestuwd. Twee van zijn boeken waren  bestsellers tijdens de poëzieweek 2013.

Volgens Nasr is ons land het spoor bijster geraakt: vrijheid, normen en waarden en cultuur zijn lege begrippen geworden. ‘De Ander’ krijgt overal de schuld van, zonder dat ‘we’ onszelf en onze geschiedenis nog lijken te kennen. ‘Ja, wetten en verdragen, recht en redelijkheid, ze staan hoog in ons vaandel – zolang het de Ander betreft. Op onszelf hebben ze geen vat. Wij staan daarboven… De gevolgen daarvan zijn verwoestend.’

Nasr is kritisch op de wijze waarop de Gouden Eeuw wordt herinnerd. ‘We kunnen beter erkennen dat onze voorvaderen volstrekte vreemden voor ons zijn geworden’, zegt Nasr. Hij wijst erop dat de filosoof Benedictus de Spinoza (1632-1677;  van Portugees-Joodse afkomst), de ‘Prins der Poëten’ (geboren in Keulen uit doopsgezinde ouders die in 1582 de stad Antwerpen waren ontvlucht) Joost van den Vondel (1587-1679), Ramses Shaffy (1933-2009; zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst) en schrijver Harry Mulisch (1927-2010; zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader die collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog en een Duits-joodse moeder) geen van allen ‘Nederlands bloed’ hadden. ‘We moeten niet doen alsof we ooit allemaal puur Nederlands zijn geweest. We moeten ermee ophouden om steeds maar in hokjes te denken.’

De onmogelijke opgave om een dichter voor álle Nederlanders te zijn, leidde ertoe dat hij media en politici opriep om het goede voorbeeld te geven. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid en zouden heel duidelijk en expliciet stelling moeten nemen als normen en waarden worden overtreden. ‘Internationaal wordt Nederland gezien als het irritante, verwende kind, niet vrij, maar gegijzeld door een regering, op haar beurt gegijzeld door een ondemocratische partij die ons allemaal de vernieling in trekt.’ aldus Nasr toen Wilders de regering en ons land gijzelde. Die ondemocratische partij is overigens geen echte partij maar een eenmanszaak…  In het verlengde hiervan kritiseert hij het heersende cultuurbeleid, met een Halbe Zijlstra – toen staatssecretaris van Cultuur – die over Vincent van Gogh (1853-1890) zei: ‘Die kreeg ook geen subsidie.’ Nasr zegt: ‘Begrippen als vrijheid worden als jokers ingezet wanneer het uitkomt om ons af te zetten tegen de islam en om het bezuinigingsbeleid te rechtvaardigen.’

Nasr ontwikkelde een links-liberale kritiek op politici en maatschappij, zij het met de nodige beperkingen. Daarom was één van zijn laatste wapenfeiten een lofdicht op Beatrix. Toch hebben de sponsors van de functie Dichter des Vaderlands – waaronder NRC en Koninklijke Bibliotheek – besloten om zijn opvolger niet meer te laten kiezen door het publiek, maar te benoemen via een speciale commissie. Dat lijkt een bewuste keuze voor minder uitgesproken kandidaten… Men is overduidelijk bang voor een al te kritische dichter!

De teksten van Nasr zijn meeslepend en krachtig. Zijn zoektocht naar het ʻechteʼ vaderland brengt hem voorbij de grenzen van eng nationalisme, van Birma tot Syrië. Hij putte inspiratie uit de Arabische Lente, ‘hele Egyptische gezinnen die achttien dagen lang scandeerden dat ze maar een ding wilden: leven in vrijheid. Een gesluierd meisje voegde daar voor de camera aan toe: “Just like you”.ʼ Het is nog te vroeg voor een afscheid.’

Ramsey Nasr: Mi have een droom – Alle vaderlandse gedichten, Uitg. De Bezige Bij, 176 pag.,  €19,90

 

Jan Campert 1902 – 1942 – 2002 – 2012 – 2013


De dichter, journalist, schrijver en toneelcriticus Jan Remco Theodoor Campert werd in 1902 in het dorpje Spijkenisse geboren. Hij is bij velen vooral bekend door zijn in 1941 geschreven verzetsgedicht Het lied der achttien dooden.

Toen Campert in 1942 een jood in veiligheid probeerde te brengen naar België, werd hij gearresteerd en gevangengezet in Breda en daarna, via o.a. kamp Amersfoort, gedeporteerd naar een concentratiekamp. Hij overleed kort daarna, op 12 januari 1943, in het concentratiekamp Neuengamme. De bruin- en zwarthemden hadden wederom een goed mens omgebracht…

Lees verder “Jan Campert 1902 – 1942 – 2002 – 2012 – 2013”

Schrijver Frans Kusters (63) overleden


Schrijver Frans Kusters (63) overleden

(bron: Novum) – Schrijver Frans Kusters is dinsdagochtend 20 november 2012 overleden. Dat heeft uitgeverij De Bezige Bij bekendgemaakt. Kusters, die in 1975 debuteerde met de verhalenbundel De Reis naar Brabant, was al geruime tijd ziek. Hij is 63 jaar oud geworden.

Kusters won met zijn debuut de Reina Prinsen Geerligsprijs. In 2001 kwam zijn eerste roman uit, Na het Wonder. In 2007 volgde Scherven, een verzamelbundel met verhalen van zijn hand. Zijn laatste verhalenbundel Paarse Dingen dateert uit 2009.

“Frans Kusters schreef schijnbaar eenvoudig, onnadrukkelijk, subliem maar vol emotie”, stelt De Bezige Bij. Kusters was bij de uitgeverij voorzitter van de schrijversvereniging.

 

 

Biografie over MICK JAGGER


Philip Norman: “Mick Jagger”

Biografie van Stones-frontman Mick Jagger, de ultieme rockster.

Uitg. De Bezige Bij – x80 24,90 – ISBN 9789400402041

Sir Mick Jagger: al sinds mensenheugenis de frontman van een van de invloedrijkste bands ter wereld. Kenmerken: extreem lenig, uitzonderlijk sexy en bijzonder intelligent. Jagger is niet alleen het gezicht van de Rolling Stones, maar ook het muzikale brein achter de band, die dit jaar zijn vijftigjarig jubileum viert.

Philip Norman vertelt hoe Mick opgroeide in een rustige wijk in een slaperig voorstadje van Londen. We zien hoe hij kennis maakt met de blues en hoe deze verlegen jongen in Londen bij toeval zijn oude schoolvriendje Keith Richards tegen het lijf loopt, met wie hij de band begint waarmee ze de wereld zouden veroveren. Mick Jagger werd de belichaming van de ultieme rockster; hij werd achtervolgd door de schandaalpers, had meer vrouwen dan haren op zijn hoofd, trok meer aandacht dan een natuurramp, maar werd ondanks alles geridderd in zijn thuisland.

Jagger is seks, drugs en rock-?n-roll en zijn levensverhaal leest als een jongensboek. Philip Norman volgt de Stones al vele jaren en sprak uitgebreid met Jagger, zijn vrienden en familie.

Bron:xa0Thomas Rap