Gedicht Augusta Peaux op witte kerkje in Simonshaven


Aan de buitenmuur van het witte kerkje in Simonshaven prijkt sinds kort een prachtig gedicht uit 1926 van de in dit mooie dorpje geboren dichteres

AUGUSTA PEAUX (1859-1944):

DER WOORDEN KERN

De woorden zingen zoo vreemden zang,
ik kende ze toch, mijn leven lang,
maar ‘k heb ze nooit zoo diep verstaan,
licht zijn zij langs mij heen gegaan,
nu rijten zij mijn herte wond,
de woorden, die ik nooit verstond.

Advertenties

Eerste Wereldoorlog


Om niet te vergeten…

De Eerste Wereldoorlog eindigde op 11 november 1918, nu dus 100 jaar geleden.

Ik neem graag onderstaand stukje en gedicht over.

ZICHTBAAR ALLEEN

Harry G. de Vries

.

Op 11 november 1918 kwam er officieel een eind aan de Eerste Wereldoorlog. In een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag de wapenstilstand gesloten. Dat is morgen dus precies 100 jaar geleden. Tijdens en na de eerste wereldoorlog zijn er veel gedichten geschreven door vele dichters. Denk aan Wilfred Owen, Siegfried Sassoon, Robert Graves en natuurlijk John McCrae (In Flanders Fields). Dat de Eerste Wereldoorlog tot de verbeelding spreekt was in Nederland helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wij hadden de Tweede Wereldoorlog, in de eerste wereldoorlog was Nederland was Nederland neutraal en nam geen deel aan de ongelofelijk bloedige strijd, zoals de ons omringende landen wel deden.

De laatste jaren is er echter in Nederland ook steeds meer interesse in de eerste wereldoorlog en ook in Nederland inspireert dat dichters tot het schrijven van gedichten over de afschuwelijke…

View original post 152 woorden meer

Blondel de Nesle


Blondel de Nesle

Blondel de Nesle (circa 1155-1202) was een feodale Heer (Seigneur) in het noorden van Frankrijk. Hij was, wat wel vaker voorkwam, ook dichter en trouvère. Trouvère is het Noord-Franse equivalent van het Occitaanse woord troubadour.

Blondel schreef tientallen liederen. Veel meer is niet bekend over het leven van Blondel de Nesle, maar er zijn wel enkele legendes en anekdotes bewaard gebleven. Zo kunnen we toch iets weten over zijn levensloop.

Hij verbond zich al vroeg met Richard Leeuwenhart (Koning van Engeland) en werd zijn vertrouweling. Hij volgde Leeuwenhart in al zijn expedities en componeerde ook liederen voor hem.

 

Richard I Leeuwenhart (Engels en Frans: Richard Cœur de Lion, Engels ook wel: Lionhearted, Occitaans: Ricard Còr de Leon) werd geboren in Oxford, Engeland, op 8 september 1157 en stierf in Châlus bij Limoges (Frankrijk), op 6 april 1199). Hij was Koning van Engeland van 1189 tot 1199 en nam als kruisvaarder deel aan de Derde Kruistocht. Hij was de tweede zoon van Hendrik II en Eleonora Hertogin van Aquitanië en enige tijd Koningin van Frankrijk en Koningin van Engeland (ca. 1122-1204), een van mijn edelstamgrootmoeders. Richard Leeuwenhart is geen voorouder van mij, wel zijn halfzus Marie Capet de France (ca. 1145-1198).

Standbeeld van Blondel de Nesle in het dorpje Dürnstein in Oostenrijk

Blondel wordt ook als een model van trouw gezien: na een lange zoektocht ontdekte hij de gevangenis waar Leopold V Hertog van Oostenrijk (ca. 1157-1194), zijn vriend Koning Richard Leeuwenhart had opgesloten toen deze terugkeerde van de Derde Kruistocht. Dat was Burcht Dürnstein in Oostenrijk, Leopold V was in het Heilige Land (Palestina) beledigd door Richard. In 1194 werd hij ontdekt door Blondel en na betaling van losgeld vrijgelaten.

De ruïne van Burg Dürnstein in Oostenrijk

Deze gebeurtenis heeft aan de Franse librettoschrijver Michel-Jean Sedaine (1717-1797) het onderwerp van zijn opera over Richard (Raymond V, comte de Toulouse ou L’épreuve inutile) geleverd.

De Franse historicus en auteur Prosper Tarbé (1809-1871) heeft in 1862, niet minder dan 34 liederen van Blondel gepubliceerd.

Het verhaal van Blondel de Nesle werd pas echt bekend in de 18de eeuw. De Franse componist André Ernest Modeste Grétry (1741-1813) baseerde er zijn opera Richard Coeur-de-lion (Richard Leeuwenhart) uit 1784 op. Het verhaal was ook de inspiratie voor Blondel, een musical uit 1983 (opnieuw bewerkt en opgevoerd in 2006) van operacomponist Stephen Oliver (1950-1992) en Sir Tim Rice. De laatste is vooral bekend van musicals als Beauty and the Beast, Jesus Christ Superstart, Evita en The Lion King).

Zo blijft Blondel, hoe weinig we ook werkelijk van hem weten, aanwezig in ons collectief geheugen.

 

#LiteRAR #58 op 28 oktober 2018


De 58ste editie van #LiteRAR van

zondagmiddag 28 oktober 2018

gaat niet door.

Locatie: galerie RAR (Regio Art Rijnmond), Noordeinde 7, Spijkenisse

Aanvang: 2 uur

Toegang en consumpties gratis.

Lijst van deelnemers volgt.

De neus van Cyrano de Bergerac


De neus van Cyrano de Bergerac

Zei ik gok? Het is een gok
om te spotten met uw gok
Door uw neus en aangezicht
is al menig zwaard gezwicht

Want uw neus, dat snuitend ding,
dat al vaker slagen ving,
blijft manhaftig overeind,
zelfs wanneer uw neefje kwijnt

Zelfs de hoogste torenflat
is niet meer dan eng, vals plat
bij uw grof en snuivend beest
dat vast de eerste is geweest!

Hele legers stoven weg
– ‘t-is ál waarheid wat ik zeg! –
bij het zien van uwe neus,
tien keer groter dan een reus
Jemineetje wat een neus!
Groter, viezer, dan een reus
die een beerput is gelijk
(Zodat ik liever maar niet kijk)

Allemachtig, gokkemans,
geef het kleine eens een kans!
Zonder zelfs één “move” te maken
steek je hem in onze zaken…
O heilige neus!
O aangezichtsreus!
Andromeda’s nevel wijkt snel uit
als u uw snottertoren snuit!

Bij de Big Bang was hij één,
snelden andere neuzen heen.
Cyrano schuift – echt, het is heus!
het universum in zijn neus!

(c) Jan Bontje

Brief aan Erasmus


Geachte heer Desiderius Erasmus,

Mensen die u zeer waarderen hebben ook mij gevraagd een brief aan u te schrijven. Ik voel mij daarmee zeer vereerd en stel me voor hoe u deze, mijn, brief, zoudt lezen. De eeuwen die volgden na uw ontslapen, hebben de Nederlandse taal immers diepgaand veranderd. Gemakshalve ga ik er echter vanuit dat u in staat zoudt zijn die eeuwen ook taalkundig te overbruggen.

Het begrip overbruggen brengt mij terstond tot de kern van mijn schrijven. Uw gedachtegoed, dat nog springlevend is, overbrugt niet alleen eeuwen, maar ook mensen en hun zo verschillende opvattingen. Uw ideeën slaan een brug tussen tegenstanders, vijanden zelfs. Uw vermogen bruggen te slaan tussen mensen én uw vermaarde, niet aflatende, scherpe kritiek op verkeerde opvattingen en antihumane ideeën, vormen een twee-eenheid waar wij, 21ste-eeuwse humanisten en vrijdenkers, jaloers op zijn.

Mocht u in staat worden gesteld een blik te werpen in onze huidige tijd en op onze tegenwoordige dwaasheden, onze eigentijdse eigenaardigheden en onze 21ste-eeuwse manier van samenleven, maar ook oorlogvoeren, voorwaar ik zeg u, mijn waarde Erasmus, het zou u doen schrikken. De mensheid heeft weliswaar een lange weg afgelegd sinds de 16de eeuw, en geniet heden ten dage van schier oneindig veel verworvenheden (waarvan de afname van de macht van totalitaire godsdienstopvattingen zeker niet de minste is, al beseffen velen dat niet), maar is tezelfdertijd in staat gebleken de meest gruwelijke middelen en methoden uit te vinden, en – uiteraard! – toe te passen, om elkaar het leven zuur of zelfs onmogelijk te maken. Na van de schrik bekomen te zijn zoudt u echter met enige vreugde kunnen constateren dat uw naam nog steeds bekend is en dat uw ideeën en opvattingen, zij het aangepast aan de eisen van onze tijd, opgeld doen en in allerlei vormen toegepast worden.

Het humanisme heeft een ontwikkeling doorgemaakt die u waarschijnlijk niet op die manier verwacht had. Men vindt humanisten tegenwoordig vaker buiten dan in de kerk, al moet gezegd worden dat de godsdienst althans in Europa een ‘humanisering’ en soms zelfs ‘secularisering’ heeft doorgemaakt die onze ouders en grootouders niet voor mogelijk hielden. Ook het denken in termen van geweldloosheid, het door sommige regeringen zelfs afzien van oorlog, het bij tijd en wijle zeer massale protest tegen oorlogen en oorlogsvoorbereiding, zou u waarschijnlijk verbazen. De mensheid heeft – na eerst twee oorlogen te hebben gevoerd die zij vanwege de omvang, het aantal slachtoffers, en de desastreuze invloed ervan op de gehele wereld, Wereldoorlogen heeft genoemd – eindelijk naast de bereidheid en het vermogen tot oorlogvoeren, óók de wil, de kunst en de kunde van het voorbereiden van vrede leren kennen. In uw tijd was het nog ondenkbaar dat er een organisatie als de Verenigde Naties zou bestaan en dat een Universele Verklaring van de Rechten van de Mens regeringen en individuen telkenmale zou herinneren aan de noodzaak de vrede voor te bereiden, op straffe van, schrikt u niet, de totale ondergang. De mensheid immers beschikt tegenwoordig over wapens die miljoenen mensen kunnen doden en de maatschappij volledig kunnen ontwrichten. De ironie van deze ‘doodsdrift omgezet in wapentuig’ is, dat de wil om te overleven en een einde te maken aan deze dwaasheid, óók is toegenomen.

Waarde heer Erasmus, een aantal humanisten heeft een Huis van Erasmus opgericht in de hoop daarmee bij te dragen aan het uitdragen van uw gedachtegoed. Ik hoop dat deze brief ertoe bijdraagt dat u hen glimlachend uw goedkeuring geeft vanuit uw nergens-plaats, de werkelijke utopia, aan deze o zo menselijke poging er, letterlijk, het beste van te maken.

Met verschuldigde hoogachting,

Jan Bontje, humanist en vrijdenker, Spijkenisse