Recensie bundel Sabine Kars


Sabine Kars
De lang verwachte debuutbundel van Sabine Kars is er. De bundel ‘Hoofdkwartier’ werd uitgegeven door uitgeverij De Kaneelfabriek en ziet er fraai uit. Met gevoel voor kwaliteit gemaakt, mooi vormgegeven en voorzien van 4 secties en een inleidend gedicht. In totaal bevat de bundel 43 gedichten.

De bundel start met de tekst van een nummer van Thom Yorke van Radiohead ‘Climbing up the walls’ van hun CD ‘Okay Computer’. Uit dit nummer zijn de regels: ‘Open up your skull / I’ll be there / climbing up the walls’ van grote betekenis voor de dichter, zo vertelde zij tijdens de presentatie van de bundel in Zutphen op 22 december 2019.

De titel ‘Hoofdkwartier’ verwijst naar hersentumor, de strijd die ze voerde, het beklimmen van de muren in haar hoofd en het militaristische aspect van de oorlog die in haar woedde. Al deze aspecten komen eigenlijk meteen al ter sprake in het openingsgedicht ‘ter inzage’. Een gedicht met een duidelijke connotatie op de betekenis die je er gelijk in leest, hier wordt de tijd verdicht door de dichter die voorafging aan het moment dat er een diagnose werd gesteld. Hier lees ik een verslag in soms militaire termen (locatie, uniformiteit, nachtkijkers, staalkaarten, het beramen van een oorlog) van een persoonlijke strijd van een vrouw, de dichter; ‘een vrouw kwam te laat en bladderde af’.

In de volgende sectie ‘dit donker moet verzonnen zijn’ beschrijft Sabine een proces van diagnose, opname, het verblijf in het ziekenhuis, de operatie, het delirische hypnagogische ’niet’ slapen (5.00 uur) en eindigt met het gedicht ‘niemand heeft gelijk’ met de veelbetekenende openingszin ‘dit is hoe we gaan’.

niemand heeft gelijk
dit is hoe we gaan
rauw genoeg
voor het teweegbrengen van
verschroeide aarde

In de sectie ‘voetnoten bij het vallen’ lees ik in de gedichten vertwijfeling, opstaan, opnieuw beginnen, de behoefte aan bevestiging en steun.

adresboek

lief ontsteek je lichten
ik streepte alle namen door
en slapen gaat niet meer

lief ontsteek
je lichten

In ‘alsof hier niemand woont’ blikt de dichter terug naar specifieke situaties van vertwijfeling en strijd eindigend in het gedicht op pagina 48, gefragmenteerd zoals de dichter zich moet hebben gevoeld, losgetrokken van zekerheden ( lichaam, taal, liefde, het leven) maar eindigend in hoop: ‘ meervoudige vrouw ik blijf nog even / ik word weer later’.

In de laatste sectie ‘het aanraken nog maar net begonnen’ weerklinkt een voorzichtig hervonden vertrouwen, een nieuwe kennismaking met de lichtheid van het bestaan. In het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’ wordt dit voor mij het meest duidelijk met de zin ‘maar het geluid heb ik bewaard / je zegt dat het het mijne is’.

De bundel eindigt met het gedicht ‘vink’ waarin de dichter af vinkt, een periode afsluit die begon met de oorlog in haar hoofd, wat ze tijdens de presentatie zo mooi verwoorde met de zin ‘het was alsof ik onder een laagje folie leefde’. Met deze bundel is die folie eraf gekrabd en is er lucht en licht gekomen die niet beter had kunnen worden belichaamd dan door de hervonden woorden van de dichter in deze bundel.

Sabine Kars schrijft geen ‘dagboekpoëzie‘ zoals ze zelf zegt of getuigenispoëzie zoals ik het noem, ze schrijft volwassen poëzie over een zwaar onderwerp zonder dat deze zwaarte de poëtische klank of betekenis teniet doet. Dit is een bundel om te lezen en te herlezen, haar rijke taal, haar associatieve vermogen en creativiteit zetten je telkens opnieuw aan het denken. Dat is wat ik in een dichtbundel wil lezen, dat is wat deze dichtbundel biedt.

Wouter van Heiningen

https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/01/04/hoofdkwartier-een-recensie/

Gedichtendag 2019


Gedichtendag 2019

het is alweer Gedichtendag
ik wil dus luchtig dichten
ik hoor u denken: ja dág!
maar ik hoop dat u zult zwichten

ik hoop dat u zult zwichten
en niet zult denken: ja dág!
want ik moet even dichten:
het is vandaag Gedichtendag!

het is vandaag Gedichtendag
wat moet ik dan gaan dichten?
de wereld huilt, de wereld lacht
genoeg voor veel gedichten

ik heb wel duizend dichten
en ja, ik huil, o ja, ik lach
dus zal ik altijd dichten
voor mij altijd: gedichtendag…

Jan Bontje, 31 januari 2019, Landelijke Gedichtendag

Jan Campert


Jan Bontje
Vandaag (21 januari 2019) is het precies 75 jaar geleden dat journalist, dichter, schrijver en verzetsman Jan Campert in KZ Neuengamme overleed, of juister: door de naziploerten is vermoord. (21 januari 1943)

Jan Campert is bij de meesten vooral bekend van het gedicht “De achttien dooden“, dat hij schreef naar aanleiding van de moord (executie) op 18 antifascisten: 15 verzetslieden van de Geuzengroep en 3 communistische Februaristakers, op 13 maart 1941.
Met dit gedicht is hij geworden wat hij als verzetsstrijder wilde:
Stem te zijn, en anders niet.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Campert heeft rond de 20 joden naar België helpen ontsnappen. Op 21 juli 1942 werd hij met zijn helper, de Bredase journalist Martien Nijkamp, vlak over de grens bij Baarle-Nassau, gearresteerd toen hij de 21-jarige jood Frans van Raalte naar België probeerde te smokkelen.
Uiteindelijk kwam Campert in november 1942 in het Duitse concentratiekamp (KZ) Neuengamme terecht. Volgens de officiële verklaring in zijn medische dossier is hij op 40-jarige leeftijd aldaar aan borstvliesontsteking overleden. Alsof de gruwelijke mishandeling die hij (en alle andere vermoorde gevangenen) niet door toedoen van die nazimoordenaars om het leven zijn gekomen…

Kunstwerk
60 Jaar na zijn arrestatie, in 2002, werd in Spijkenisse aan de Jan Campertkade een kunstwerk geplaatst ter herinnering aan deze grote zoon van Spijkenisse.
Het gedenkteken werd vervaardigd door de in Suriname geboren beeldhouwster Helen Ferdinand uit Spijkenisse. De enige zoon van Jan Campert, de bekende dichter en schrijver Remco Campert, onthulde het monument.

School
In Spijkenisse is een basisschool naar hem genoemd: de obs Jan Campert.

Gedicht
Het gedicht waar boven naar verwezen wordt, luidt (gedeelte?)

Stem te zijn en anders niet,
maar zo meeslepend te zingen,
dat elk hart het wonder ziet
achter mensen, achter dingen

Jan Campert (1902-1943)

Dit gedicht is eind 2018 (75 jaar na zijn arrestatie door de nazimoordenaars) in zwarte steen gebeiteld en geplaatst langs de Oude Maas in Spijkenisse. Mirjam Salet, die dat jaar aftrad als burgemeester van Nissewaard omdat zij met pensioen ging, heeft dit gedicht in steen geschonken aan de inwoners van Nissewaard (net als een gedicht van Augusta Peaux, dat is geplaatst tegen de muur van het Witte kerkje van Simonshaven)

Gedicht Augusta Peaux op witte kerkje in Simonshaven


Aan de buitenmuur van het witte kerkje in Simonshaven prijkt sinds kort een prachtig gedicht uit 1926 van de in dit mooie dorpje geboren dichteres

AUGUSTA PEAUX (1859-1944):

DER WOORDEN KERN

De woorden zingen zoo vreemden zang,
ik kende ze toch, mijn leven lang,
maar ‘k heb ze nooit zoo diep verstaan,
licht zijn zij langs mij heen gegaan,
nu rijten zij mijn herte wond,
de woorden, die ik nooit verstond.

#LiteRAR #58 op 28 oktober 2018


De 58ste editie van #LiteRAR van

zondagmiddag 28 oktober 2018

gaat niet door.

Locatie: galerie RAR (Regio Art Rijnmond), Noordeinde 7, Spijkenisse

Aanvang: 2 uur

Toegang en consumpties gratis.

Lijst van deelnemers volgt.

De neus van Cyrano de Bergerac


De neus van Cyrano de Bergerac

Zei ik gok? Het is een gok
om te spotten met uw gok
Door uw neus en aangezicht
is al menig zwaard gezwicht

Want uw neus, dat snuitend ding,
dat al vaker slagen ving,
blijft manhaftig overeind,
zelfs wanneer uw neefje kwijnt

Zelfs de hoogste torenflat
is niet meer dan eng, vals plat
bij uw grof en snuivend beest
dat vast de eerste is geweest!

Hele legers stoven weg
– ‘t-is ál waarheid wat ik zeg! –
bij het zien van uwe neus,
tien keer groter dan een reus
Jemineetje wat een neus!
Groter, viezer, dan een reus
die een beerput is gelijk
(Zodat ik liever maar niet kijk)

Allemachtig, gokkemans,
geef het kleine eens een kans!
Zonder zelfs één “move” te maken
steek je hem in onze zaken…
O heilige neus!
O aangezichtsreus!
Andromeda’s nevel wijkt snel uit
als u uw snottertoren snuit!

Bij de Big Bang was hij één,
snelden andere neuzen heen.
Cyrano schuift – echt, het is heus!
het universum in zijn neus!

(c) Jan Bontje