De broekriem aanhalen – door Rein Heijne


De broekriem aanhalen

“We moeten de broekriem maar weer eens aanhalen”. Kent u die uitdrukking, geachte lezer?

Daaraan moest ik onlangs denken bij de berichtgeving over de verhoging van de defensie-uitgaven. Na de miljarden bezuinigingen om de banken te helpen door de crisis te komen, mogen de burgers nu hun bijdragen gaan leveren aan onze veiligheid. De afgelopen jaren werden zij er voortdurend op gewezen dat onze westerse beschaving in toenemende mate van alle kanten bedreigd wordt. Zijn het niet de Russen dan is het wel IS of een of andere radicale groepering. Politici, hoge militairen en terrorisme – goeroes bepleiten vervolgens dat de uitgaven voor defensie flink omhoog moeten. Ook de mainstream media doen ijverig en enthousiast mee met dit beveiligingskoor.

In het rapport Wapens, Schuld en Corruptie: Militaire uitgaven en de crisis van de EU (2015) van het TransNational Institute wordt erop gewezen dat de militaire uitgaven van veel Europese landen hedentendage hoger zijn dan tien jaar geleden.  Europa is veiliger dan ooit en er zijn geen serieuze bedreigingen, dus de militaire mantra dat de uitgaven onder een geloofwaardig niveau zijn gedaald, is volledig ongegrond, aldusFrank Slijper onderzoeker bij het TNI.

Nog meer wapens zullen Europa dus niet veiliger maken, volgens Stop Wapenhandel. Waar is de logica om verder te bezuinigen, te korten op lonen, pensioenen en uitkeringen en de uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs te beperken. Terwijl men tegelijkertijd doorgaat met het aankopen van dure wapens die eigenlijk niet nodig zijn. Investeren in een bodemloze put noemen economen dat. In 2015 werd 1.676 miljard dollar gespendeerd aan militaire uitgaven. Met slechts 13% van dat bedrag zouden de Millenniumdoelstellingen om armoede en honger te bestrijden gehaald kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de doelstellingen voor milieu- en klimaatverbetering, ontwikkeling van duurzame energie, etc. Hoe veilig willen we het eigenlijk hebben?

Maar misschien wordt de wereld juist onveiliger door het optreden van sommige politieke leiders. Leiders die af en toe als een Bokito  met woeste gebaren op hun borst slaan en anderen bedreigen met “Vuur en Furie”. Toch maar een paar gaatjes bijmaken in onze broekriemen? Of zou het handiger zijn om alvast bretelles aan te schaffen?

Maar het zou veel verstandiger zijn om Erasmus’ tekst van De Klacht van Vrede (Querela Pacis) ruimschoots te verspreiden, want daaruit kan nog steeds door verantwoordelijke leiders de nodige lering worden getrokken. Als eerste in de geschiedenis veroordeelde hij immers de oorlog als een onnatuurlijkheid en in strijd met het wezen van de mens. Onze icoon Erasmus waarop Rotterdam terecht zo trots is kan hiermee de wereld een leerzame spiegel voorhouden. In Rotterdam begint de Victorie.

Rein Heijne

Bestuurslid Huis van Erasmus

*  De boemerang van oorlog en geweld – Een hedendaagse samenspraak over Erasmus’visie op oorlog en vrede. (ISBN 978 90389 2572 1) kost € 13.00 (incl. verzendkosten) en is te bestellen via boemerang@huisvanerasmus.nl

Advertenties

Boekenpresentatie : De boemerang van oorlog en geweld


Boekpresentatie: De Boemerang van Oorlog en Geweld

Een hedendaagse samenspraak over Erasmus’ visie op oorlog en vrede

Op uitnodiging van Huis der Zotheid zal het bestuurslid Rein Heijne van Huis van Erasmus deze presentatie verzorgen. Zie onderstaande uitnodiging.

Boekenpresentatie : De boemerang van oorlog en geweld

vrijdag 28 april 2017 van 19:00 tot 21:00 uur

Openbaar

Georganiseerd door Huis Der ZotheidHaringvliet 401, 3011 ZP  Rotterdam

Details

Oorlog, dreiging van en dreiging met oorlog, geweld en agressie alom. Daarom werd deze geactualiseerde samenspraak, uitgaande van Erasmus’ Dulce Bellum Inexpertis, uitgegeven.
De tekst van Erasmus wordt erin, aan de hand van tien thema’s, geconfronteerd met hedendaagse teksten uit literatuur en media. Verder zijn bijdragen van betrokken medestanders, waaronder enkele wetenschappers, een oud-diplomaat en kunstenaars, opgenomen. Het boek is rijk geïllustreerd met afbeeldingen en tekeningen van kinderen.

Over de locatie: Huis Der Zotheid

Lees verder “Boekenpresentatie : De boemerang van oorlog en geweld”

De Boemerang van Oorlog en Geweld: Een hedendaagse samenspraak over Erasmus’ visie op oorlog en vrede


De Boemerang van Oorlog en Geweld

Boekpresentatie tijdens de Erasmusweek 2016

In 1516 schreef Erasmus het boekwerkje Dulce Bellum Inexpertis: Zoet is de oorlog voor hen die hem niet kennen.

Anno 2016 blijkt de internationale politieke situatie nog vele malen explosiever dan Erasmus zich in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken: dreiging, geweld en agressie alom. De visie van Erasmus op vrede en geweldloosheid heeft nog niets aan waarde ingeboet.

Erasmus 3.3.1

Lees verder “De Boemerang van Oorlog en Geweld: Een hedendaagse samenspraak over Erasmus’ visie op oorlog en vrede”

Gedicht: Lof der Zotheid


Erasmus schreef in 1509 tijdens zijn lange reis van Italië naar Engeland als ontspanning een boekje dat hij opdroeg aan zijn vriend Thomas More en  dat nu nog hoogst amusant is. Naar aanleiding van opmerkingen her en der ontstond onderstaand gedicht dat niet alleen de lof zingt van de Lof der Zotheid, maar ook de lof zingt van de Zotheid zelf, ons aller reisgenoot op weg naar ons einde…
Lang leve de lof der zotheid …
Erasmus 01 
 

Lof der Zotheid

men noemt mij wel een woordenar 
(jazeker, met één a)
dat is een zalig compliment:
de nar houdt ons een spiegel voor
zoals clown, cabaretier en humorist
om ons te laten lachen
om alles wat we doen
men noemt mij ook narcis
welnu dat is een eer
nar: de zot over wie Erasmus schreef
cis: aan deze zijde (aan gene is er niets)
gebruik gerust uw schennend woord
en scheld mij uit voor zot of dwaas
het deert mij niet, integendeel:
zo zie je dat zelfs een domme kracht
er ongewild in slaagt
een lach te produceren
tot heil en zegen van de nar
Moriae encomium, sive Stultitiae laus
oftewel Lof der Zotheid
dank u, dwaas!

Jan Bontje december 2013

Gedicht van Manuel Kneepkens: Symposion – Erasmus kapittelt zijn universiteit


Symposion - Erasmus kapittelt zijn universiteit

Waarom ben je zo verontwaardigd, collega
over mijn wetenschapsopvatting
omdat zij topless je colleges bezoekt

je studenten
afleidt
van hun Doodscomputers?

Ach, draait het rad van de seizoenen niet gewoon door?

Worden de mensen in Darfur soms niet langer afgeslacht?
Of in Syrië? Of in Irak?

Hou toch op, prof. dr. Penisnijdige
met alsmaar Oorlog voeren
Symposia
gaan over Eros, al sinds Socrates!

Laten we liever samen een Tiet construeren
boven de Laurenskerk
een hele Grote Tiet aan het Heelal
                  
Kunnen de Rotterdammers eindelijk gaan Drinken!

© Manuel Kneepkens

Censuur op de Erasmusuniversiteit (2)


Eerder heb ik geschreven over censuur op Erasmus Universiteit. Hieronder het vervolg: het antwoord van Manuel Kneepkens op een brief van mw. van der Meer Mohr van de EUR.

Lees verder “Censuur op de Erasmusuniversiteit (2)”

CENSUUR OP DE ERASMUS UNIVERSITEIT!


Eerder – zie mijn artikel Schokkend op deze weblog – schreef ik op dit weblog over CENSUUR op de EUR (Erasmus Universiteit Rotterdam).  Hieronder het vervolg in de vorm van een brief van Manuel Kneepkens, de kunstenaar die getroffen is door deze censuur.

Rotterdam, 6 februari 2013

Aan mevr. mr. P.F.M. van der Meer Mohr
College van Bestuur Erasmus-universiteit

Geachte Mevrouw.

Dank voor uw schrijven dd. 1 februari, 2013, waarin u reageert op mijn schrijven dd. 24 januari 2013. In dat schrijven attendeerde ik u op het onrecht mij namens de EUR aangedaan. Wat was het geval? Op verzoek van de EUR in de persoon van mevr. Nelly Voogd werd ik uitgenodigd om mijn schilderijen te exposeren in de Facultyclub van de Erasmusuniversiteit. Dat heb ik gedaan. Blijkt de Facultyclub geëxploiteerd te worden door een overpreutse cateraar. Die eiste, dat ik zeven werken van de veertien aldaar opgehangen werken, zou terugtrekken. Later, dank zij het sussende optreden van mevr. Voogd, gereduceerd tot twee (inmiddels bij mij thuis bezorgd).

Ik dacht, dit kan toch niet waar zijn, dat aan de Erasmusuniversiteit een cateraar het kunstbeleid uitmaakt. Bij navraag blijkt dat de zaak als volgt zit: ooit was de Facultyclub een stichting van de EUR. Mevr. Voogd was in dienst daarvan. De stichting is door u, de EUR, opgeheven en vervolgens is mevr. Voogd verzocht op vrijwillige basis haar werk voort te zetten. Hoe dan ook, mevr. Voogd handelde dus namens u, de EUR! Ik had en heb dus een overeenkomst met de EUR, waaraan ik u gehouden acht. En u hebt de zorgplicht, die u jegens mijn schilderijen hebt gedurende de periode dat zij onder uw toezicht waren of zijn, allerminst waargemaakt.

Kijk, dat u een fout hebt gemaakt, dat kan gebeuren. Maar een goed bestuurder maakt vervolgens zijn fout goed. Dat is het kenmerk van een goed bestuurder. Maar wat doet u? Het tegendeel. U schrijft mij in uw brief dd. 1 februari 2013 (hieronder in zijn geheel geciteerd) als antwoord op de mijne van 24 januari 2013:

“ Geachte meneer Kneepkens

In uw brief van 24 januari 2013 geeft u aan uitgenodigd te zijn (cursivering van mij, MK) om een aantal van uw schilderijen te exposeren en wel in de Facultyclub van de Erasmusuniversiteit. (Cursivering van mij, MK) Deze club is een gelegenheid waar wij onze gasten ontvangen. (cursivering van mij, MK)   Degene aan wie wij de exploitatie van de club hebben gegund is door ons verzocht om de aankleding van de ruimte en het aanbod van de dranken en gerechten in overeenstemming met de bestemming te verzorgen (een universiteitwaardige bestemming, neem ik aan! MK)

De keuze van het werk, tijdelijk of permanent, laten we over aan de exploitant, de firma van de Linde. (Commentaar: de heer van de Linde heeft helemaal geen keuze gemaakt. Ik ken de man niet. Hij is nooit in mijn atelier geweest om werk uit te zoeken, noch iemand van zijn firma. MK) Het staat hem daarbij vrij bepaalde voorkeuren uit te spreken. De kunstcollectie van de Erasmusuniversiteit wordt beheerd door een onafhankelijke commissie die ook het aankoopbeleid bepaalt. Daar valt de tentoonstelling van uw werk op de Facultyclub niet onder. Het College van Bestuur spreekt geen oordeel uit over de esthetiek van uw werk.

Graag vertrouwen wij op een goede afloop van onze discussie (maar dan zal er toch veel aan uw houding in dezen dienen te veranderen, MK).

Het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit

Mr. P.F.M. van der Meer Mohr”

Uitnodiging van wie? Dat laat u in uw schrijven hierboven fijntjes ongezegd. Maar daar zit de crux. Ik ben uitgenodigd door u, door de EUR! Wie anders dan u? De cateraar? Die kan het niet zijn. Die heb ik nooit gesproken of gezien.

Dat u mij uitgeleverd hebt aan een cateraar die mijn kunst censureert, is al erg genoeg. Maar dat u uw betrokkenheid ontkent, ja, zelfs nu in uw brief dd. 1 februari, hierboven aangehaald; de op mijn kunstwerken uitgeoefende censuur zelfs doodnormaal vindt, dat is vele, vele malen erger.

Klaarblijkelijk beseft u niet (of wilt u niet beseffen), hoe maatschappelijk schadelijk uw optreden is.

Ik zal het nog eenmaal uitleggen.

Een universiteit hoort – en een universiteit die zich naar Erasmus noemt, de man van de tolerantie, al helemaal – de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel te hebben. Zonder vrijheid van meningsuiting is namelijk ware wetenschapsbeoefening niet mogelijk.

Hodie mihi, cras tibi, heden ik, morgen gij, is een gevleugeld woord, dat u wellicht kent.   In ons geval ben ik zo vrij het als volgt te vertalen: Als ergens de kunst wordt gecensureerd, volgt vroeg of laat ook de wetenschap. Historisch voorbeeld: Duitsland in de Jaren Dertig. Verdiept u zich daar eens in.

Hoe onverkwikkelijk deze affaire ook is, zij heeft, zowaar, toch nog mijn creativiteit weten te stimuleren. Dat heeft er toe geleid dat ik een portret van u heb vervaardigd. Een portret, niet van uw uiterlijk, maar van uw ziel. (Zie bijlage: ‘Portret van een Bestuurder aan de Erasmusuniversiteit). Ik schenk het u voor op uw werkkamer. Misschien dat het u tot inkeer brengt. Wel even van de muur halen als de cateraar langskomt…

Vannacht had ik een nare droom… ja, ik slaap slecht, dank zij uw nieuw preuts gedrag.   De cateraar komt uw kamer binnen en zegt: “Mevrouw, het censureren van kunst, dat heb ik nu wel in de vingers. U hebt hier allerlei mensen in dienst, die allerlei moeilijke boeken en rapporten schrijven. Wetenschappers!!! Al die saaiheid bevordert mijn drank- en broodjesomzet op de Facultyclub niet. Van nu af aan ga ik, dat begrijpt u, die wetenschappers van u censureren.”  En wat doet u? U komt achter uw bureau vandaan en kust zijn voeten.

Ik zou zeggen, mevrouw, word wakker!

Met vriendelijke groet, uw excuses voor de gang van zaken nu spoedig verwachtend,

Manuel Kneepkens
Manuel Kneepkens - de prelaat