Duitsland zet Entartete Kunst online


Duitsland heeft de net ontdekte partij ‘Entartete’ oorlogskunst
online gezet. Afbeeldingen van de kunstwerken zijn te bekijken op de overheidssite
Lostart.de. Van wie de 1406 werken zijn geroofd,wordt op de website niet vermeld. Duitsland stond de laatste maand (oktober/november 2013) erg onder druk om de kunst openbaarte maken. Leider van de publicatie taskforce is Dr. Ingeborg Berggreen-Merkel. De kunst komt uit het appartement van Cornelius Gurlitt. Zijn vader Hildebrand heeft in WO2 de ‘Entartete’ kunst in opdracht van Joseph Goebbels ‘ingezameld’. 

De site Lostart.de lag de eerste dagen plat vanwege de overweldigende belangstelling.  Door de publicatie kan de kunst die de nazi’s van de markt haalden nu eindelijk door iedereen bekeken worden. Hitler heeft ook hier verloren…

 

Advertenties

SALON: inleiding Koos Verkerk bij de opening van ledenexpositie in galerie RAR op 16 maart 2013


Salon

1648 – Ecole des Beaux Arts opgericht door kardinaal Mazarin, minister van financiën van Lodewijk XIV. Deze Ecole des Beaux Arts werd later omgedoopt in de Académie Royale de peinture et sculpture en in 1816 Academie des Beaux Arts.
1663 – besluit om jaarlijks een tentoonstelling te organiseren
1664 – eerste tentoonstelling
1665 – tweede tentoonstelling
Tentoonstellingen waren alleen voor leden en niet toegankelijk voor publiek. Vanaf 1673 werden de tentoonstellingen gehouden in de Arcades van het Palais Royal.
1699 –  tentoonstelling verplaatst naar het Louvre.

Vanaf 1725 werd de plaats van handeling de Salon Carré in het Louvre en werd de naam Sallon geboren. In eerste instantie geschreven met dubbel l, later werd het Salon.
1737 – de tentoonstellingen werden opengesteld voor publiek.
1748 – het jurysysteem werd ingevoerd. Selectie was uitermate streng (in 1848 werd het selectiesysteem geliberaliseerd – minder afwijzingen)
1881 – de Franse staat trekt zich terug uit de organisatie. De organisatie kwam in handen van de Société des Artistes Français en de officiële naam werd Salon des Artistes Français.
De wanden van de tentoonstellingsruimte hingen helemaal vol met schilderijen, van de vloer tot aan het plafond. Het was dus van belang om op een goede plek te hangen met je werk. Hoog boven in de hoek kon met werk nauwelijks zien. Alle mogelijke vormen van beïnvloeding en omkoping werden in de strijd gegooid om maar een goede plek te krijgen.
De jurering was uiterst streng en men was uiterst conservatief. Jonge kunstenaars en nieuwere stromingen in de kunst kregen nauwelijks of geen kans.
Een lange lijst van nu zeer gewaardeerde kunstenaars werd indertijd probleemloos geweigerd: Cézanne, Johan Barthold Jongkind, Camille Pisarro, Manet, Monet, Renoir, Sisley, Courbet, Whistler e.v.a.
Geweigerde werken werden voorzien van een in de houten lijst ingebrande R (Refusé). Geweigerde werken waren dus altijd te herkennen en slecht elders te exposeren, laat staan te verkopen. Aangekochte werken met een R werden teruggegeven en betaalde koopsommen moesten terugbetaald worden.
In 1863 werden 5000 werken aangeboden en werden er 3000 geweigerd.
Zo werd Manet’s “Le dejeuner sur l’herbe” geweigerd om ten slotte als ‘onfatsoenlijk’ ten prooi te vallen aan de censuur.

In 1863 ontstond op initiatief van keizer Napoleon III de Salon de Refusés. Een, naar al gauw bleek, uiterst populaire tentoonstelling van jonge en in die tijd avant-gardistische kunstenaars. 4000 bezoekers waren geen uitzondering. De beweegredenen van Napoleon III om dit initiatief te ondersteunen waren echter niet, zoals je zou verwachten, zijn grote waardering voor de nieuwe stromingen in de kunst en zijn jonge vertegenwoordigers. Door middel van deze tentoonstelling wilde hij het publiek laten zien hoe slecht en verdorven de nieuwe stromingen en haar kunstenaars waren. In de Salon kon men immers pas de echte kunst bewonderen. De Salon des Refusés is uiteindelijk gehouden in 1863, 1874, 1875 en 1886. Er ontstond nogal wat onenigheid onder kunstenaars of men door zou moeten gaan met de Salon des Refusés of dat men zich toch beter zou kunnen aansluiten bij de Salon. Daarbij kwam dat de jurering sinds 1848 werd versoepeld en de mogelijkheden voor jonge kunstenaars en stromingen om toegelaten te worden werden vergroot. Daar zat soms echter wel een addertje onder het gras. Slecht beoordeelde, maar wel toegelaten, werken werden opzettelijk op een prominente plek gehangen. Niet vanwege het feit dat men het zo goed of mooi vond, maar in de verwachting dat het publiek het oordeel van de jury, dat het een slecht werk was, zou ondersteunen. Zo hing men het (prachtige) doek “Meisje in het wit” van Whistler op een heel prominente plaats. De schrijver Emile Zola meldt dat het schilderij vaak beschimpt en bespot werd. Een recensent schreef: “een krachtig, roodharig wijf met een lege blik en zielloze ogen, dat om onverklaarbare reden op een wolfsvel staat.”

De Salon des Artistes Français werd in velerlei “organisatie”vormen voortgezet tot 1949. Dat neemt niet weg dat, tot op de dag van vandaag, er in Parijs kunstsalons georganiseerd worden, zoals de Salon de mai, de Salon d’automne en de Salon d’hiver. (Mei-, herfst- en wintersalon).

Men wordt overigens in Frankrijk heden ten dage dood gegooid met Salons, maar dat zijn voor 99% vrijwel altijd beurzen.

Woordenboek:
Salon = mooie kamer waar je mensen ontvangt – pronkkamer
Salon = besloten gezelschap
Salon = handelstentoonstelling (synoniem: beurs)
Deze drie betekenissen van het woord salon gelden in alle opzichten voor RAR en deze ledententoonstelling. Alleen al uit dien hoofde verdient deze expositie de naam Salon.

Spijkenisse, 16 maart 2013
Koos Verkerk
voorzitter Regio Art Rijnmond (RAR)

 

De tentoonstelling SALON is nog t/m 16 april 2013 te zien in de galerie.

Tentoonstelling SALON 16-03-2013 - 16-04-2013
Tentoonstelling SALON 16-03-2013 – 16-04-2013
James Whistler,  Symphony in white no. 1 (The white girl) 1862
James Whistler, Symphony in white no. 1 (The white girl) 1862

Censuur op de Erasmusuniversiteit (2)


Eerder heb ik geschreven over censuur op Erasmus Universiteit. Hieronder het vervolg: het antwoord van Manuel Kneepkens op een brief van mw. van der Meer Mohr van de EUR.

Lees verder “Censuur op de Erasmusuniversiteit (2)”

CENSUUR OP DE ERASMUS UNIVERSITEIT!


Eerder – zie mijn artikel Schokkend op deze weblog – schreef ik op dit weblog over CENSUUR op de EUR (Erasmus Universiteit Rotterdam).  Hieronder het vervolg in de vorm van een brief van Manuel Kneepkens, de kunstenaar die getroffen is door deze censuur.

Rotterdam, 6 februari 2013

Aan mevr. mr. P.F.M. van der Meer Mohr
College van Bestuur Erasmus-universiteit

Geachte Mevrouw.

Dank voor uw schrijven dd. 1 februari, 2013, waarin u reageert op mijn schrijven dd. 24 januari 2013. In dat schrijven attendeerde ik u op het onrecht mij namens de EUR aangedaan. Wat was het geval? Op verzoek van de EUR in de persoon van mevr. Nelly Voogd werd ik uitgenodigd om mijn schilderijen te exposeren in de Facultyclub van de Erasmusuniversiteit. Dat heb ik gedaan. Blijkt de Facultyclub geëxploiteerd te worden door een overpreutse cateraar. Die eiste, dat ik zeven werken van de veertien aldaar opgehangen werken, zou terugtrekken. Later, dank zij het sussende optreden van mevr. Voogd, gereduceerd tot twee (inmiddels bij mij thuis bezorgd).

Ik dacht, dit kan toch niet waar zijn, dat aan de Erasmusuniversiteit een cateraar het kunstbeleid uitmaakt. Bij navraag blijkt dat de zaak als volgt zit: ooit was de Facultyclub een stichting van de EUR. Mevr. Voogd was in dienst daarvan. De stichting is door u, de EUR, opgeheven en vervolgens is mevr. Voogd verzocht op vrijwillige basis haar werk voort te zetten. Hoe dan ook, mevr. Voogd handelde dus namens u, de EUR! Ik had en heb dus een overeenkomst met de EUR, waaraan ik u gehouden acht. En u hebt de zorgplicht, die u jegens mijn schilderijen hebt gedurende de periode dat zij onder uw toezicht waren of zijn, allerminst waargemaakt.

Kijk, dat u een fout hebt gemaakt, dat kan gebeuren. Maar een goed bestuurder maakt vervolgens zijn fout goed. Dat is het kenmerk van een goed bestuurder. Maar wat doet u? Het tegendeel. U schrijft mij in uw brief dd. 1 februari 2013 (hieronder in zijn geheel geciteerd) als antwoord op de mijne van 24 januari 2013:

“ Geachte meneer Kneepkens

In uw brief van 24 januari 2013 geeft u aan uitgenodigd te zijn (cursivering van mij, MK) om een aantal van uw schilderijen te exposeren en wel in de Facultyclub van de Erasmusuniversiteit. (Cursivering van mij, MK) Deze club is een gelegenheid waar wij onze gasten ontvangen. (cursivering van mij, MK)   Degene aan wie wij de exploitatie van de club hebben gegund is door ons verzocht om de aankleding van de ruimte en het aanbod van de dranken en gerechten in overeenstemming met de bestemming te verzorgen (een universiteitwaardige bestemming, neem ik aan! MK)

De keuze van het werk, tijdelijk of permanent, laten we over aan de exploitant, de firma van de Linde. (Commentaar: de heer van de Linde heeft helemaal geen keuze gemaakt. Ik ken de man niet. Hij is nooit in mijn atelier geweest om werk uit te zoeken, noch iemand van zijn firma. MK) Het staat hem daarbij vrij bepaalde voorkeuren uit te spreken. De kunstcollectie van de Erasmusuniversiteit wordt beheerd door een onafhankelijke commissie die ook het aankoopbeleid bepaalt. Daar valt de tentoonstelling van uw werk op de Facultyclub niet onder. Het College van Bestuur spreekt geen oordeel uit over de esthetiek van uw werk.

Graag vertrouwen wij op een goede afloop van onze discussie (maar dan zal er toch veel aan uw houding in dezen dienen te veranderen, MK).

Het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit

Mr. P.F.M. van der Meer Mohr”

Uitnodiging van wie? Dat laat u in uw schrijven hierboven fijntjes ongezegd. Maar daar zit de crux. Ik ben uitgenodigd door u, door de EUR! Wie anders dan u? De cateraar? Die kan het niet zijn. Die heb ik nooit gesproken of gezien.

Dat u mij uitgeleverd hebt aan een cateraar die mijn kunst censureert, is al erg genoeg. Maar dat u uw betrokkenheid ontkent, ja, zelfs nu in uw brief dd. 1 februari, hierboven aangehaald; de op mijn kunstwerken uitgeoefende censuur zelfs doodnormaal vindt, dat is vele, vele malen erger.

Klaarblijkelijk beseft u niet (of wilt u niet beseffen), hoe maatschappelijk schadelijk uw optreden is.

Ik zal het nog eenmaal uitleggen.

Een universiteit hoort – en een universiteit die zich naar Erasmus noemt, de man van de tolerantie, al helemaal – de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel te hebben. Zonder vrijheid van meningsuiting is namelijk ware wetenschapsbeoefening niet mogelijk.

Hodie mihi, cras tibi, heden ik, morgen gij, is een gevleugeld woord, dat u wellicht kent.   In ons geval ben ik zo vrij het als volgt te vertalen: Als ergens de kunst wordt gecensureerd, volgt vroeg of laat ook de wetenschap. Historisch voorbeeld: Duitsland in de Jaren Dertig. Verdiept u zich daar eens in.

Hoe onverkwikkelijk deze affaire ook is, zij heeft, zowaar, toch nog mijn creativiteit weten te stimuleren. Dat heeft er toe geleid dat ik een portret van u heb vervaardigd. Een portret, niet van uw uiterlijk, maar van uw ziel. (Zie bijlage: ‘Portret van een Bestuurder aan de Erasmusuniversiteit). Ik schenk het u voor op uw werkkamer. Misschien dat het u tot inkeer brengt. Wel even van de muur halen als de cateraar langskomt…

Vannacht had ik een nare droom… ja, ik slaap slecht, dank zij uw nieuw preuts gedrag.   De cateraar komt uw kamer binnen en zegt: “Mevrouw, het censureren van kunst, dat heb ik nu wel in de vingers. U hebt hier allerlei mensen in dienst, die allerlei moeilijke boeken en rapporten schrijven. Wetenschappers!!! Al die saaiheid bevordert mijn drank- en broodjesomzet op de Facultyclub niet. Van nu af aan ga ik, dat begrijpt u, die wetenschappers van u censureren.”  En wat doet u? U komt achter uw bureau vandaan en kust zijn voeten.

Ik zou zeggen, mevrouw, word wakker!

Met vriendelijke groet, uw excuses voor de gang van zaken nu spoedig verwachtend,

Manuel Kneepkens
Manuel Kneepkens - de prelaat