36ste LiteRAR op 20 maart 2016


Op zondagmiddag 20 maart 2016 om 2 uur is alweer de 36ste editie van LiteRAR, in de galerie van RAR aan het Noordeinde 7 in Spijkenisse, met poëzie, muziek, verhalen, columns…

Gratis toegang, er is ook een open podium.

Tot ziens, tot RAR, zullen we maar zeggen.

@@Logo LiteRAR

Advertenties

Een column: Zucht…


Zucht…

Een mij verder onbekende Stichting Taalverdediging hekelt het woord “douane”. Dat is namelijk oorspronkelijk een Perzisch woord dat via het Arabisch, Latijn, oud-Italiaans en Frans in de Nederlandse taal verzeild is geraakt. Het woord kent volgens Taalverdediging teveel vreemde herkomsten en dat mag niet van deze mag-nieters. Dat het al sinds de 17de eeuw in onze taal voorkomt, vergeten ze voor het gemak…

RAW_3118Ze vinden dat de Douane, bijvoorbeeld op Schiphol, omgedoopt moet worden tot “Toldienst”, of nog beter “Rijkstoldienst”. Wat nog net zou mogen volgens deze puristen (sorry, dat is geen echt Nederlands woord…) is het vernederlandste “Doeane”, zoals in het Afrikaans. Op die manier kan het woord witgewassen worden.
Maar ja, het woord “Afrika(ans)” is ook al geen echt Nederlands woord.
Volgens Wikipedia: “De naam Africa was in de Oudheid eerst voorbehouden aan het gebied van het huidige Tunesië. De Romeinse provincie Africa besloeg de Tunesische en Libische kustgebieden. Later werd de hele kuststrook Africa genoemd en in de tijd van de ontdekkingsreizen werd het hele continent hiermee aangeduid. De meest waarschijnlijke theorieën wijzen op een Berberse of Foenicische afkomst. In de oudheid bewoonden verschillende Noord-Afrikaanse stammen grotten, het zogenaamde ‘Afer’ volk. Volgens de meeste historici heeft dit volk haar naam gegeven aan het werelddeel. De meest geaccepteerde theorie is dat de naam van het Berberse ifri (meervoud: ifran, “grotten”) komt en gelatiniseerd is naar afri. De term is in verschillende Berberse plaats- en stamnamen terug te vinden. Een andere mogelijkheid is dat de naam komt van het Foenicische afar, wat stof betekent.” (Tot zover Wikipedia).
Berbers… die zijn toch ook Marokkanen!? Gottegot, wat moeten we dáár nu weer mee! Onze taalpuristen komen zo natuurlijk nóóit tot klare taal!
Onlangs schijnt Schiphol het woord “Douane” veranderd te hebben in het Engelse “Customs”. En dat mag natuurlijk ook niet van deze taalfreaks (excuus, alweer een Engels woord): “Zo raken we van de regen in de drup”, aldus de taalneuroten (sorry, geen echt Nederlands woord.)
En weet u wat zo hilarisch (hè, alweer geen echt Nederlands woord!) is? Het woord “tol” is óók al geen echt Nederlands woord! Het is via het Latijn uit het Oudgrieks tot ons gekomen. Ook een allochtoon woord dus.
O ja, Taalverdediging houdt ook “conferenties” en geeft “workshops!” waarbij ze zelfs het woord “creativiteit” gebruiken. Gatver, dat is toch allemaal geen echt Nederlands! Help, ik denk dat we nu echt verloren zijn! Kreun, zelfs het oer-Nederlandse woord “help” komt uit het Oudgotisch… Dit is het einde. Kreun, zucht, help!! Want het woord “einde” waarmee ik nu toch echt wil eindigen, komt uit het Oudgotisch en is dus ook al geen echt Nederlands woord… Zucht…

Jan Bontje, 25 oktober 2014

Hermen in de kerk


Een columnist zonder zijn vaste rubriek in de krant waarin hij meer dan 12 jaar elke week trouw een column plaatste, is als  geamputeerd. Er was zogenaamd geen plaats meer. Onzin natuurlijk: ik was gewoon te kritisch en dat moest wel een keer tot ontslag leiden in een stad waarin een niet nader te noemen eenmans’partij’ de meeste stemmen haalt. Maar ik dwaal af. Ik wil jullie een nieuwe vriend voorstellen. In een column, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Hermen in de kerk
 ??????

Mag ik jullie Hermen voorstellen? Ik heb hem vandaag ontmoet. Hij is een jaar of 20 geloof ik. Eerst heette hij Harry, maar die naam hebben ze toch maar laten varen – te modern. Hermen ligt immers al zo’n 700 jaar of langer in dezelfde houding. Hij consumeert de eeuwige slaap die ons allen te wachten staat, al sterven we het hopelijk niet de wrede dood die hem ten deel viel.

Hermen’s schedel is ingeslagen terwijl hij, handen en voeten aan elkaar vastgebonden, op de grond lag rond een stuk hout dat ze tussen zijn armen en benen in de grond gejaagd hadden. Van weglopen kon geen sprake zijn. Het grauw, de meute, zal gesmuld hebben…

Wat heeft Hermen gedaan of misschien wel misdaan dat hij zo’n gruwelijke dood verdiende? Joost, de duivel die er bij zijn vrome bijgelovige tijdgenoten ingehamerd werd, mag het weten. De duivel mag hem halen en zo geschiedde. In Zwolle, die mooie stad aan de IJssel. Christenen roepen terecht ach en wee over de wandaden van ISIS, maar hun eigen voorouders wisten kennelijk ook van wanten…

Ik zag Hermen vandaag voor het eerst van mijn leven. In een kerk. Of juister: in een gebouw dat tot eind 20ste eeuw als godshuis dienst deed. Bij opgravingen verderop heeft men het skelet van Harry/Hermen gevonden. De eigenaar van de boekhandel die deze kerk omtoverde tot een meer-dan-boeken hemel op aarde, de heer Waarder, wilde maar wat graag de resten van Hermen tentoonstellen. En zo zag ik Hermen dus, of om precies te zijn: een gesloten houten kistje waarin zijn botten rusten, een replica van zijn skelet in de houding waarin hij gevonden werd én, als ontroerend mooiste, Hermen zoals hij er moet hebben uitgezien met huid en haar. Aangekleed. In exact dezelfde martelhouding. Dichtbij de hemel, op de derde verdieping.

Onbekende Hermen, langs deze weg wil ik je alsnog recht doen. Als je wat misdaan hebt, verdiende je straf. Maar wat je ook hebt misdaan (wellicht een brood stelen?) een marteldood heb je niet verdiend. Maar je hebt je beulen overleefd. Niemand kent hen. En jij bent inmiddels in binnen- en buitenland een kennis of bekende. Want over wie wordt geschreven zal voor altijd verder leven!

Jan Bontje, 6 september 2014

Een column : Slaaf


Niet dat iemand me daartoe verplicht, ik ben in elk opzicht eigen baas, maar ik móét schrijven. Het is dus kennelijk een onbedwingbare drang: ik kán niet anders. Ik kan wel wat anders dan schrijven, begrijp me niet verkeerd, maar die andere dingen kan ik meestal wel uitstellen en zelfs afstellen, gesteld dat ik dat wil. Maar schrijven? Nee, schrijven moet. Ik ben een slaaf van mijn schrijverschap.

In mijn naaste omgeving heeft bijna niemand er last van of lust in. Ik ken weliswaar behoorlijk veel dichters en schrijvers, maar topografisch gezien (en niet alleen topografisch) is er toch wel afstand en distantie. Schrijven is een beetje eenzaam.

Als kind al wist ik dat ik anders was. Terwijl andere jongens voetbalden of toekeken hoe buurman een brommer repareerde, of zelf sleutelden aan hun fiets, zat ik met mijn neus in de boeken. De weinige foto’s die nog resteren uit mijn jeugd tonen mij vrijwel altijd met een boek. Ook toen al schreef ik, al hield ik dat verborgen. Ik kon niet anders, en ook weinig anders… want dat andere kwam later pas.

Inspiratie? Een vaag, weinig bruikbaar begrip. Een definitie heb ik er niet eens voor; wel voorbeelden. Zo was de deadline voor mijn column voor het weekblad waar ik elke maandagmorgen uiterlijk 9 uur mijn stukje moest inleveren, een keer bijna verstreken. Mijn werkkamer leek een hogedrukpan. Mijn hand schreef dat ‘ik’ niets wist te schrijven en zo ontstond een column – buiten mij om. (Veel later werd ik eruit gebonjourd, zogenaamd omdat de advertenties meer ruimte nodig hadden. Ik was natuurlijk te kritisch.)

Ik pak wel eens mijn Hebreeuws/Nederlands woordenboek en sla dan een willekeurig woord op. Er staan ook Jiddische woorden in en als ik dan een woord kies en de betekenis lees, ontstaat er soms een column. Er is veel meer nodig dan inspiratie; vooral schrappen, schuren, schiften – dan schaften – schaven, schuiven en schikken. Misschien is inspiratie een complex proces van invallen waar ik slim gebruik van maak. Serendipiteit lijkt me een aardige omschrijving van dat proces. Ik zoek bij een bepaald onderwerp een zin, maar in plaats van de zin die ik zocht of dacht te zoeken, dient zich een geheel andere aan. Vanaf mijn eigen ‘harde schijf’ worden, als ware het buiten mezelf om, herinneringen, stukjes kennis, brokjes inzicht, flarden samenhang, ‘gelezen’ en in verband gebracht met het onderwerp dat ik ‘bewust’ denk te hebben gekozen.

Een column ontstaat bij mij op deze wijze. Het is afgezaagd, een cliché, ik beken schuld, maar het is kennelijk toch waar: tegenover 1 procent inspiratie staat 99% transpiratie: schrijven, zuchten, rusten, opnieuw beginnen. En ik kan het niet laten…

Jan Bontje 2013

 

RAW_3118

Column: BLIJF ALSJEBLIEF LIEGEN


Bontje Bondig

Blijf alsjeblief liegen

 

Ooit zei de dichter Bertus Aafjes (1914-1993): Dichters liegen de waarheid. En hij kon het weten. Zijn uitspraak moet je niet letterlijk nemen, want dan staat er onzin. Maar als je hem dichterlijk opvat, poxebtisch, literair, klopt hij als een bus. Dichters (ver)dichten de waarheid: ze scheppen een eigen wereld. Het begrip dichters moet je ruim nemen: ook schrijvers, verhalenvertellers, columnisten, theatermakers, acteurs, liegen de waarheid.

 

In hun hoedanigheid als verdichter kxfannen ze niet eens liegen: het gaat niet om objectieve feiten, maar om het verhaal, het gedicht, het toneelstuk, de column, de boodschap, de illusie, de droom, de utopie, de virtuele wereld die zij scheppen. De inhoud van hun werk beantwoordt aan andere wetten dan die van het gewone leven, de journalistiek of het objectieve verslag.

 

Een gedicht, verhaal, toneelstuk, column, roman, is een wereld op zich, waarin weliswaar een x91waarheidx92 wordt verteld, maar op een bijzondere manier. Multatuli kon het heel mooi zeggen: wat in het ene gedicht, verhaal, toneelstuk, leugen is, is waarheid in algemenere zin. Hij sabelde die x91handelaar in koffie, Lauriersgracht 37×92, dan ook genadeloos neer omdat deze niets begreep van literatuur en alleen de stomme feiten telde. Het gxe1xe1t bij literatuur en theater niet om de feitelijke waarheid, maar om de bedoeling xe1chter het geschrevene.

 

Zo zag ik onlangs een mooi toneelstuk. Het ging over 2 mensen die elkaar na tientallen jaren weer ontmoeten en zich dan voorstellen hoe het zou zijn als ze weer 8 jaar konden zijn. Iedereen snapt dat je niet opnieuw 8 jaar kunt zijn, dus de scenarioschrijfster – die ik overigens hxe9xe9l goed ken – x91liegtx92 en wel op dichterlijke wijze. Door over die mogelijkheid te fantaseren laat zij ons zien en voelen wat er met ons gebeurt als we op die manier terugdenken aan onze kindertijd. Al kijkend verander je dus! Het aardige is dat elke bezoeker zijn eigen x91waarheidx92 in dit stuk vindt. Of, zoals ik het eens in een bontje (haiku) omschreef:

 

als ik een boek lees

schep ik een eigen wereld

net als de schrijver

 

Dichters, theatermakers, schrijvers, blijf asjeblieft x91liegenx92, want jullie helpen ons de wereld en onszelf beter te begrijpen. De Oude Grieken zeiden 3000 jaar geleden al: ken uzelve. Door jezelf te kennen, ken je de wereld beter, ben je een beter mens. Daarom, leve de poxebzie, het theater, de literatuur!

 

Jan Bontje xa9 2012

Stroomopwaarts


Een column : Stroomopwaarts

Kort na het overlijden van Gerrit Komrij en Rutger Kopland schreef ik onderstaande column.

Bontje Bondig
Bontje Bondig

 

Twee van onze grootste dichters overleden kort na elkaar. De dichters, de poëzie, verweesde. Hoe tegengesteld waren deze 2 reuzen. Het enige wat ze gemeen hadden was het Ko van hun achternamen: Komrij en Kopland.

Dichters plegen geen volken, landen, staten, te leiden. Poëzie is daartoe niet geschikt en ook het karakter van de meeste dichters niet. Slechts bij hoge uitzondering is er sprake van een dichter die politicus werd, zoals de Tsjechische dichter en president Havel. Toch bemoeien dichters zich wel met politiek, d.w.z. met de ontwikkelingen in de samenleving. Terecht: zij hebben vaak een originele kijk op dingen en slagen er soms in mensen op andere gedachten te brengen. Versteende structuren en vastgeroeste werkwijzen te doorbreken. Het “sterft gij oude vormen en gedachten” van de Internationale, hét politieke strijdlied, is niet voor niets door een dichter geschreven!

Het was de inmiddels oude Remco Campert (zijn vader, Jan Campert, is overigens in Spijkenisse geboren) die eens schreef dat de poëzie rivieren stroomopwaarts kan laten stromen. Wie een gedicht letterlijk neemt, snapt er niets van. Dichters immers liegen de waarheid, het zijn geen journalisten. Hoewel die er ook een handje van kunnen hebben de waarheid (hun waarheid) een handje te helpen.

Wie een dichter op zijn woord gelooft, is naïef.

Jan Bontje juli 2012