Poortje in Maastricht

Poortje in Maastricht

Poortje in Maastricht

Het is april 2020, midden in de coronacrisis. Noodgedwongen zitten we binnen of gaan hooguit in de tuin zitten omdat het heerlijk warm is. Ik lees nog meer dan anders.

Ik ben net begonnen aan een 620 pagina’s dik boek met als titel ‘Spaans vuur’. Deze ‘historische fictie’ gaat over het Maastricht van 1635, toen in die stad een felle godsdienststrijd woedde. Het was midden in de Tachtigjarige Oorlog (die tot 1648 zou duren) en de stad was [sinds 1632] in Nederlandse handen.

Het boek begint met de moord op een Engelse huurling in Nederlandse dienst op wacht, door een als monnik verklede Spaanse sluipmoordenaar. Deze weet daarna een vijftal Spaanse officieren uit hun krijgsgevangenschap te bevrijden. De ‘monnik’ leidt ze in de duisternis naar de stadsmuur met daarin een poortje…

Door dit poortje ontsnapte meteen een haiku uit de vergetelheid. Ik heb hem in 1998 geschreven. Destijds woonden onze oudste dochter en haar vriend, toen nog studenten, in Maastricht. Met zijn allen maakten we een wandeling over en langs de stadswallen. We zagen ineens een dichtgemetseld poortje. Daar moet je een haiku over maken!

stadswal om Maastricht –

poortje niet poëtisch meer:

opening gedicht

Zou dit het poortje van 1635 kunnen zijn? Ik ging zoeken op het internet en ontdekte uiteraard van alles. Zo las ik dat Hendrik I, Heer van Maastricht en (1ste) Hertog van Brabant, de stad Maastricht in 1229 het recht verleende om zich te omringen met een stenen omwalling. Al sinds de 11de eeuw lag er een aarden wal om de stad, hier en daar met palissaden (een aaneengesloten rij palen als omheining). Er waren trouwens 2 aarden wallen: één om de nederzetting met zijn activiteiten aan brug en Maas en langs de uitvalswegen en de andere om de steeds belangrijker wordende abdij van St. Servaas met goederen en bewoning daaromheen. Beide wallen waren op aandringen van de Hertog al samengevoegd en de stenen muur kwam daar boven op te staan. Negentien veldpoorten en 2 waterpoorten verleenden toegang tot de stad.

En nu komt het: naast deze poorten was er ook nog een aantal kleine poortjes (‘poternes’) die vanuit straten of privétuinen toegang gaven tot de Maas en het riviertje de Jeker. In ongewisse tijden werden die voor lange tijd dichtgemetseld en gebarricadeerd. Dus ook ‘mijn’ poortje! Alleen is dit nog steeds dicht. Of dit poortje bedoeld wordt in ‘Spaans vuur’ weet ik uiteraard niet, maar ik vond dit zó apart dat ik het wel móést opschrijven en daarmee mijn haiku kon laten ontsnappen door dit anders vergeten poortje…

Op bijgaande foto zo’n poortje. Van wie deze foto is, weet ik niet. De foto die ik toen zelf van ‘mijn’ poortje maakte, is samen met zo’n 13 duizend andere foto’s en documenten verloren gegaan door een computercrash.

Jan Bontje, 5 april 2020

PASSANTEN


Het is weer eens tijd voor een column…

 

PASSANTEN

 

Ik heb in een van mijn boekenkasten een boekje dat “Passanten” heet. Ik kan het nu niet meteen tevoorschijn toveren (omdat ik mijn boekenkasten aan het herinrichten ben sommige boeken ‘even kwijt’ ben maar daardoor soms óók verrassende herontdekkingen doe en blije boeken ontmoet omdat ze weer gezien worden).

 

Passanten zijn we allemaal. Vanaf onze geboorte. Onze ouders en verdere familie lijken, als we klein zijn, eeuwigheidswaarde te hebben (als kind dacht ik dat oma ‘overkant’ nooit zou doodgaan). Allengs blijkt dat zij passanten waren: personen die je ontmoet, een tijdje kent of juist lange tijd meemaakt, met wie je al dan niet intensief omgaat, maar die toch plotseling verdwijnen of geleidelijk wegglijden in herinneringen.

 

Door die herontmoetingen klauterde deze column behoedzaam uit de echoput van mijn herinneringen naar boven. Schrijvers die ik ooit ontmoette in het ‘echie’ of alleen via hun boeken doemen weer op. Eén van hen bracht ooit een flesje voor mij mee met zand uit Afrika, waarin de jonge Lucy zo’n 3,2 miljoen jaar geleden heeft gelopen. Dat kleinood heeft een ereplaats in, uiteraard, een van mijn boekenkasten, maar nog niet naast zíjn boeken. Vandaar  o.a. die herindeling.

Dat beetje zand overbrugt een behoorlijke afstand in kilometers, maar ook en vooral een enorme, nauwelijks voor te stellen afstand in de tijd. Lucy is niet alleen ‘in the sky’ (al dan niet ‘with diamonds’), maar ook in dat zand en in mijn herinneringen aan die vriend –  en in de artikelen die ik over haar las. Ook zij zit dus ‘tussen mijn oren’.

 

Passanten hebben namen. Ik las net dat een naam zó wezenlijk is voor iemand, dat die naam met opzet doen vergeten een van de ergste dingen is die je een persoon kan aandoen. Vandaar dat de nazi’s de namen van de Joden wilden uitwissen, hen tot ‘Luftmensch’ maken, letterlijk uit de geschiedenis verwijderen, door hen tot een nummer te maken en daarna te vergassen. Om die reden worden dan ook de namen van de Holocaustslachtoffers onophoudelijk herhaald en staan ze op schrift, gebeiteld in muren, op Stolpersteine, in gedichten en verhalen, gedenktekens, boeken en op websites… Zodat ze blijven leven niet voor de tweede keer sterven. En zo Hitler voor de twee keer verslaan.

Bij mijn jarenlange zoektocht naar (aan)verwanten kom ik hen geregeld tegen. Ik leg dan hun namen vast in mijn bestand en draag op die manier een minuscuul steentje bij aan het Grote Herinneringsgebouw dat ons collectieve geheugen is.

 

Ik moet ook denken aan het allereerste gedichtenbundeltje dat ik kocht. Het was “Voor wie ik liefheb wil ik heten” van Neeltje Maria Min. Een hartstikke mooie titel. Toch eens zoeken! En aan dat wonderlijke bundeltje “De liefdesgedichten van Karl Marx” waarin we deze reus onder de economen en filosofen (1818-1883) (voor de één een heiland, voor anderen een spook dat door Europa waarde) van een andere kant leren kennen… Ook een passant.

 

Ik moet de boekenkasten weer induiken…

 

Jan Bontje, 16-2-2020

 

 

De broekriem aanhalen – door Rein Heijne


De broekriem aanhalen

“We moeten de broekriem maar weer eens aanhalen”. Kent u die uitdrukking, geachte lezer?

Daaraan moest ik onlangs denken bij de berichtgeving over de verhoging van de defensie-uitgaven. Na de miljarden bezuinigingen om de banken te helpen door de crisis te komen, mogen de burgers nu hun bijdragen gaan leveren aan onze veiligheid. De afgelopen jaren werden zij er voortdurend op gewezen dat onze westerse beschaving in toenemende mate van alle kanten bedreigd wordt. Zijn het niet de Russen dan is het wel IS of een of andere radicale groepering. Politici, hoge militairen en terrorisme – goeroes bepleiten vervolgens dat de uitgaven voor defensie flink omhoog moeten. Ook de mainstream media doen ijverig en enthousiast mee met dit beveiligingskoor.

In het rapport Wapens, Schuld en Corruptie: Militaire uitgaven en de crisis van de EU (2015) van het TransNational Institute wordt erop gewezen dat de militaire uitgaven van veel Europese landen hedentendage hoger zijn dan tien jaar geleden.  Europa is veiliger dan ooit en er zijn geen serieuze bedreigingen, dus de militaire mantra dat de uitgaven onder een geloofwaardig niveau zijn gedaald, is volledig ongegrond, aldusFrank Slijper onderzoeker bij het TNI.

Nog meer wapens zullen Europa dus niet veiliger maken, volgens Stop Wapenhandel. Waar is de logica om verder te bezuinigen, te korten op lonen, pensioenen en uitkeringen en de uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs te beperken. Terwijl men tegelijkertijd doorgaat met het aankopen van dure wapens die eigenlijk niet nodig zijn. Investeren in een bodemloze put noemen economen dat. In 2015 werd 1.676 miljard dollar gespendeerd aan militaire uitgaven. Met slechts 13% van dat bedrag zouden de Millenniumdoelstellingen om armoede en honger te bestrijden gehaald kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de doelstellingen voor milieu- en klimaatverbetering, ontwikkeling van duurzame energie, etc. Hoe veilig willen we het eigenlijk hebben?

Maar misschien wordt de wereld juist onveiliger door het optreden van sommige politieke leiders. Leiders die af en toe als een Bokito  met woeste gebaren op hun borst slaan en anderen bedreigen met “Vuur en Furie”. Toch maar een paar gaatjes bijmaken in onze broekriemen? Of zou het handiger zijn om alvast bretelles aan te schaffen?

Maar het zou veel verstandiger zijn om Erasmus’ tekst van De Klacht van Vrede (Querela Pacis) ruimschoots te verspreiden, want daaruit kan nog steeds door verantwoordelijke leiders de nodige lering worden getrokken. Als eerste in de geschiedenis veroordeelde hij immers de oorlog als een onnatuurlijkheid en in strijd met het wezen van de mens. Onze icoon Erasmus waarop Rotterdam terecht zo trots is kan hiermee de wereld een leerzame spiegel voorhouden. In Rotterdam begint de Victorie.

Rein Heijne

Bestuurslid Huis van Erasmus

*  De boemerang van oorlog en geweld – Een hedendaagse samenspraak over Erasmus’visie op oorlog en vrede. (ISBN 978 90389 2572 1) kost € 13.00 (incl. verzendkosten) en is te bestellen via boemerang@huisvanerasmus.nl

De liefde.


De liefde

 

Vreemd, hoe ik soms aan de tekst voor een column kom. Bij toeval kwam ik een novelle uit 2010 tegen in mijn eigen boekenberg en nieuwsgierig gemaakt door de tekst op de achterflap begon ik te lezen. Dat duurde tot het tijdstip waarop ik meestal mijn bed uit moet om te plassen (ja, ouderdom komt met gebreken.)

De liefde stond centraal in deze novelle, die overigens afschuwelijk afliep. Maar daar mijn column niet over. Ik was gefrappeerd door een achternaam die ik tegenkwam: Lamoureux. Deze naam komt vooral in Frankrijk voor, maar ook wel in België en Canada. Maar voor zover ik weet niet of nauwelijks in ons land.

Het was dit keer niet in de eerste plaats de poëtische klank die me aansprak maar het feit dat mijn oma van moederskant afstamt van een Luxemburgs/Waalse familie met die naam. Deze familie met de prachtige naam was begin 17de eeuw naar onze contreien gevlucht wegens geloofsvervolging. Ze kwamen in Leiden terecht en kennelijk omdat ze vonden dat ze als nieuwe Nederlanders een Nederlandse achternaam moesten hebben, werd deze naam door een aantal van hen al gauw veranderd in de Liefde…

 

© Jan Bontje, 30 juli 2017

Local Literature #12 op 4 mei 2017 Dodenherdenking



Local Literature #12

In het teken van Dodenherdenking

Donderdagavond 4 mei 2017 van 19:45 tot 22:00

De Boekenberg – Terras (4e etage), Markt 40, Spijkenisse

Gratis toegang.

Programma

19:45 – 19:59  Welkom en opening door Jan Bontje en leest een korte tekst

20:00 – 20:02  Twee minuten stilte

20:02 – 20:10  Willem zingt enkele liedjes

20:10 – 20:20  Joz Knoop leest enkele gedichten

20:20 – 20:25  Willem zingt

20:25 – 20:40  Constant Schorel leest een kort verhaal

20:40 – 20:45  Willem zingt

20:45 –  21:00  Pauze

21:00 – 21:15  A3 Eijke leest een column

21:15 – 21:20  Suzanne met proza/poëzie

21:20 – 21:25  Willem zingt

21:25 – 21:35   Pim Wiersinga leest en Jan Bontje interviewt hem

21:35 – 21:50   Ed Zantman

21:50 – 21:55   Wouter Fornara

21:55 – 22:00  Jan Bontje leest enkele fragmenten

*

Local Literature #6 – op 3 november 2016: het programma


 

Je bent uitgenodigd om naar Local Literature #6 te komen op donderdagavond 3 november 2016 in de Boekenberg, Markt 40, Spijkenisse.

Programma:

* Troubadour Willem zingt liedjes die hij maakte van gedichten van Augusta Peaux, de dichteres die in 1859 in Simonshaven werd geboren.
* Niec van der Burgh zingt enkele van zijn eigen vaak (vr)olijke liedjes
* Schrijfster Helma de Hollander leest een column (en vertelt op 1 december tijdens de laatste editie van dit jaar, over haar nieuwe roman, dus noteer alvast de datum!)
* Schrijver Pim Wiersinga heeft al eens gelezen bij ons, maar op deze avond zal hij zijn nieuwe roman ELEONORA EN DE LIEFDE bespreken. Een tragische liefde

Fragment uit de roman ELEONORA EN DE LIEFDE van Pim Wiersinga
Fragment uit de roman ELEONORA EN DE LIEFDE van Pim Wiersinga

* dichteres Anneke Haasnoot leest gedichten

* verhalenschrijver Constant Schorel leest een kort verhaal

* verder meerdere lokale/regionale dichters en schrijvers, onder wie A3 Eijke, Frans van der Vliet, Wouter Fornara, Tim Albus, Praveen en Albert Prins.

 

Je mist écht wat als je niet komt! Toegang vrij.