HENDRIK MARSMAN


denkend aan Holland
zie ik heel veel gebeuren
populisten die zeuren
over menging en kleuren
in hun heerlijk land

denkend aan Holland
vind ik twittershit meuren
hoor ik dichtslaan de deuren
in heus geen vol land

denkend aan Holland
hoor ik minachtend keuren
hysterici gillen: vol land!

maar een fijn, mooi, land: jóúw land,
het dénkende Holland!

Jan woordenaar Bontje, 27 juni 2020

*

Hendrik Marsman (1899-1940) was dichter, vertaler en literair criticus.
Na de Duitse aanval op het westen, ook op Nederland,  in 1940, vond hij de dood toen de Berenice, het schip waarop hij met zijn vrouw naar het Engelse Falmouth vluchtte, in de Golf van Biskaje verging. Het schip was getorpedeerd door een Duitse U-boot. Er waren 8 overlevenden: de kapitein (kort daarna overleden), 6 bemanningsleden en Hendrik’s vrouw, Rien Marsman – de enigen die op het moment van de explosie op het dek waren.

Onder kenners is Marsman’s betekenis als dichter onbetwist. Zijn gedicht Denkend aan Holland is na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) tot de bekendste Nederlandse gedichten gaan behoren. Aan het eind van de 20ste eeuw werd het verkozen tot het Nederlandse Gedicht van de eeuw.
Vooral het eerste gedeelte is zeer bekend:

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,

Thomas Paine


Je ging naar de Amerikaanse koloniestaten.

Jouw “Common Sense” was (echt waar!)

grondslag voor de Grondwet daar.

Dat land gaf jij de naam “Verenigde Staten”.

Als Verlichte denker was je in Frankrijk

in ‘1789’.

Ook zette je (bij)geloof aan de dijk.

Je begreep de nieuwe tijd: prachtig!

Je droom: iedereen van onderdrukking vrij;

een open en humane maatschappij

zonder Meester of Slaaf. Het nieuwe getij

dat de wereld overspoelde, ondersteunde jij.

In de States werd je weggestopt, verzwegen;

je bent opgeborgen in vergetelheid.

Toch gonst je naam onhoorbaar allerwegen:

vrije mensenkinderen willen je niet kwijt.

Wellicht is er nog geen standbeeld voor jou:

Dus dit gedicht, opdat men je niet vergeten zou.

©  Jan woordenaar Bontje, 16 juni 2020

*

Toelichting:

Thomas Paine leerde in Engeland de Amerikaanse politicus en Founding Father, Benjamin Franklin (1706-1790) kennen, die hem overhaalde om naar de Nieuwe Wereld te gaan. Amerika was de realisatie van de Verlichte idealen van vrijheid van denken en meningsuiting. Paine kwam daar in 1774 aan en werd staatsburger in de staat Philadelphia.

Het pamflet “Common Sense” (‘Gezond Verstand’) dat Paine daar begin 1776 anoniem (de censuur lag op de loer!) publiceerde, werd een bestseller. Het was een pleidooi voor onafhankelijkheid van het Engelse koloniale bestuur en speelde een beslissende rol in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd en Revolutie (1775-1783).

“Common Sense” werd ook de basis van de Declaration of Independence, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en Paine geldt dan ook als een van de Founding Fathers.

De Franse Revolutie en The Rights of Man

In 1787 keerde hij terug naar Engeland. Vanwege zijn opvattingen werd hij door justitie gezocht, maar hij wist te ontkomen en vluchtte naar Frankrijk. In Parijs raakte hij bevriend met gematigde revolutionaire filosofen als de Markies de Condorcet (1743-1794).

Tijdens de Franse Revolutie (1789-1799) verscheen zijn “Rights of Man”, “De mensenrechten” (1791). Zijn lofzang op de rechten van het individu op vrijheid van meningsuiting waar ook ter wereld, was een frontale aanval op de Ierse denker Edmund Burke (1728-1797), de grondlegger van het Europese conservatisme, die de Franse Revolutie fel bekritiseerde in zijn ‘Reflections on the Revolution in France’ (1790). Paine verweet Burke o.a. hardvochtigheid: ‘Niet één blijk van mededogen met de ellendigsten.’ (Burke is nog steeds populair bij neoliberalen, conservatieven en rechtspopulisten.)

Door zijn populariteit werd Paine gekozen in de Nationale Conventie, het Franse Parlement. Hij was tegen de onthoofding van Koning Louis XVI en keerde zich tegen de Jacobijnse Terreur (1792-1794) onder leiding van de Robespierre (1758-1794). Hij werd daar vervolgens zelf het slachtoffer van en kwam in de gevangenis terecht. Door een gelukkig toeval wist hij aan de guillotine te ontkomen; hij werd hierin geholpen door zijn medegevangene.

Religiekritiek en Het tijdperk van de Rede

In de gevangenis, ervan overtuigd dat hij zou sterven, schreef hij “The Age of Reason” (1794), een aanval op het christelijke geloof. Paine verwierp de bijbel onder meer omdat hij het bloedvergieten erin immoreel en niet te rechtvaardigen vond.

Hij ontmythologiseerde de bijbel en de openbaring: het is geen heilige tekst maar gewoon door mensen geschreven. Hij trok fel van leer tegen de inconsequenties, historische onjuistheden, onlogische redeneringen en alles wat hij als onzin beschouwde. 

Het heeft geen nut deze zaak te verdoezelen of te proberen te slikken. Het verhaal voor zover ze betrekking heeft op het bovennatuurlijke heeft alle kenmerken van bedrog.’ Ook is zijn boek een felle aanval op de kerkelijke orthodoxie vanwege de onbarmhartige onderdrukking van niet-orthodoxen.

George Washington (1732-1799; generaal en opperbevelhebber van de koloniën in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, slavenhouder en de eerste president van de Verenigde Staten van 1789 tot 1797) en Napoleon (1769-1821) bewonderden hem, maar Paine mocht beide heren beslist niet. Hij beschuldigde Washington ervan hem verraden te hebben omdat deze geen vinger had uitgestoken om Paine te helpen toen die in Frankrijk gevangen zat. Bovendien had Washington volgens hem de revolutie verzaakt omdat hij de slavernij in stand had gehouden.

Zijn laatste jaren sleet hij in eenzaamheid; velen mochten hem niet vanwege zijn (anti)religieuze en vooruitstrevende denkbeelden. Na zijn dood in 1809 kwamen er niet meer dan 9 mensen op zijn begrafenis. Een paar jaar later werden zijn botten opgegraven om in Engeland te worden herbegraven. Sindsdien is zijn stoffelijk overschot zoek, al zijn er meerdere mensen die beweren zijn schedel te bezitten.

Rede en deïsme

“The Age of Reason” is een lofzang op de Verlichting en de Rede. 

‘[Ik ben] (…) altijd een uitgesproken voorstander (…) geweest van de vrijheid van meningsuiting, hoezeer iemand ook van mijn overtuiging moge verschillen. Hij die dit recht ontkent maakt van zichzelf een slaaf van zijn huidige opvattingen, aangezien hij zichzelf het recht niet toekent ooit van mening te veranderen. Het meest formidabele wapen tegen vergissingen van allerlei aard is de menselijke rede. Ik heb nooit gebruik gemaakt van iets anders, en ik zal dat ook in de toekomst nooit doen.’

Paine was overigens geen atheïst, zoals zijn tijdgenoot Baron d’Holbach (1723-1789), maar een deïst, net als bijvoorbeeld Voltaire (1694-1778). Hij geloofde dat god overal is, maar zéker niet in de Kerk of enige andere institutie. Hij schreef: ‘Mijn eigen geest is mijn eigen kerk.’ Hij vond menselijkheid belangrijker dan geopenbaarde religie. 

‘Ik geloof in de gelijkheid van de mens. En ik geloof dat religieuze plichten bestaan uit rechtvaardig handelen, liefdevolle genade en uit het streven onze medemensen gelukkig te maken.’

Paine’s actualiteit

Thomas Paine was een activist en revolutionair die steeds op de bres stond voor de rechten van de mens op politiek en sociaal terrein. Hij voelde haarfijn aan dat een nieuwe tijd was aangebroken. De Rechten van de Mens hadden de oude, feodale rechten ingehaald en naar de prullenbak verwezen.

Hij had zeer vooruitstrevende ideeën over sociale rechtvaardigheid. Met zijn plan voor een vorm van sociale verzekering, met name een ouderdomspensioen, was hij zijn tijd vooruit en is nog steeds actueel.

Hij was ook tegenstander van indirecte belastingen (nu de btw), voorstander van progressieve inkomstenbelastingen, verplicht (openbaar) onderwijs, landhervorming en een Volkerenbond die oorlog moest uitbannen.

Verder was hij verklaard tegenstander van de slavernij en botste daarover met George Washington. De zwarte slavernij werd in Amerika uiteindelijk pas in 1863 afgeschaft.

Paine schreef in 1795: 

‘Hij die zijn eigen vrijheid zeker zou willen stellen, moet zelfs zijn vijand tegen onderdrukking beschermen. Want als hij deze plicht schendt, schept hij een precedent dat op hem zelf zal terugslaan.’ 

De Australische filosoof Peter Singer (geboren in 1946) – Australisch Humanist van het jaar 2004 – heeft aan de hand van deze uitspraak de “Thomas Paine test” bedacht. Hij past deze regel in 2004 toe op de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush. ‘Bush, die zijn eigen vrijheid zeker wil stellen, moet zelfs zijn vijanden – in dit geval: islamistische terroristen – tegen onderdrukking beschermen. Want als hij deze plicht schendt, schept hij een precedent dat op zijn land zelf zal terugslaan.’ Het is duidelijk dat Bush niet door de test kwam.

Sommige politici kunnen, vóór ze handelen, het best eerst te rade gaan bij Paine…

Jean Paul Sartre


Als leergierig adolescent

begon ik je te lezen.

Ik voelde me een hele vent

en vond: jij mag er wezen.

.

Het existentialisme,

legde je onnavolgbaar uit,

is pas écht humanisme –

en dat bleek filosofisch fruit,

.

vitamine, voor mijn denken.


Ik bleef je lezen, telkens weer –

maar zag verwantschap slenken.

Jij koos soms averechts; dat deed zeer.

.

Ik bleef bij humanisme

terwijl jij nu en dan versmolt

met knellend communisme,

dat volgens jou als voorbeeld gold.

.

Maar ondanks alles, cher Jean Paul,

blijf jij één van de wenkers

die als strijdbaar hyperbool

dient; één van die denkers

.

die de mensheid richting wees

in een volstrekt absurde race.

.

© Jan woordenaar Bontje 30 mei 2020

Brief aan Erasmus


Geachte heer Desiderius Erasmus,

Mensen die u zeer waarderen hebben ook mij gevraagd een brief aan u te schrijven. Ik voel mij daarmee zeer vereerd en stel me voor hoe u deze, mijn, brief, zoudt lezen. De eeuwen die volgden na uw ontslapen, hebben de Nederlandse taal immers diepgaand veranderd. Gemakshalve ga ik er echter vanuit dat u in staat zoudt zijn die eeuwen ook taalkundig te overbruggen.

Het begrip overbruggen brengt mij terstond tot de kern van mijn schrijven. Uw gedachtegoed, dat nog springlevend is, overbrugt niet alleen eeuwen, maar ook mensen en hun zo verschillende opvattingen. Uw ideeën slaan een brug tussen tegenstanders, vijanden zelfs. Uw vermogen bruggen te slaan tussen mensen én uw vermaarde, niet aflatende, scherpe kritiek op verkeerde opvattingen en antihumane ideeën, vormen een twee-eenheid waar wij, 21ste-eeuwse humanisten en vrijdenkers, jaloers op zijn.

Mocht u in staat worden gesteld een blik te werpen in onze huidige tijd en op onze tegenwoordige dwaasheden, onze eigentijdse eigenaardigheden en onze 21ste-eeuwse manier van samenleven, maar ook oorlogvoeren, voorwaar ik zeg u, mijn waarde Erasmus, het zou u doen schrikken. De mensheid heeft weliswaar een lange weg afgelegd sinds de 16de eeuw, en geniet heden ten dage van schier oneindig veel verworvenheden (waarvan de afname van de macht van totalitaire godsdienstopvattingen zeker niet de minste is, al beseffen velen dat niet), maar is tezelfdertijd in staat gebleken de meest gruwelijke middelen en methoden uit te vinden, en – uiteraard! – toe te passen, om elkaar het leven zuur of zelfs onmogelijk te maken. Na van de schrik bekomen te zijn zoudt u echter met enige vreugde kunnen constateren dat uw naam nog steeds bekend is en dat uw ideeën en opvattingen, zij het aangepast aan de eisen van onze tijd, opgeld doen en in allerlei vormen toegepast worden.

Het humanisme heeft een ontwikkeling doorgemaakt die u waarschijnlijk niet op die manier verwacht had. Men vindt humanisten tegenwoordig vaker buiten dan in de kerk, al moet gezegd worden dat de godsdienst althans in Europa een ‘humanisering’ en soms zelfs ‘secularisering’ heeft doorgemaakt die onze ouders en grootouders niet voor mogelijk hielden. Ook het denken in termen van geweldloosheid, het door sommige regeringen zelfs afzien van oorlog, het bij tijd en wijle zeer massale protest tegen oorlogen en oorlogsvoorbereiding, zou u waarschijnlijk verbazen. De mensheid heeft – na eerst twee oorlogen te hebben gevoerd die zij vanwege de omvang, het aantal slachtoffers, en de desastreuze invloed ervan op de gehele wereld, Wereldoorlogen heeft genoemd – eindelijk naast de bereidheid en het vermogen tot oorlogvoeren, óók de wil, de kunst en de kunde van het voorbereiden van vrede leren kennen. In uw tijd was het nog ondenkbaar dat er een organisatie als de Verenigde Naties zou bestaan en dat een Universele Verklaring van de Rechten van de Mens regeringen en individuen telkenmale zou herinneren aan de noodzaak de vrede voor te bereiden, op straffe van, schrikt u niet, de totale ondergang. De mensheid immers beschikt tegenwoordig over wapens die miljoenen mensen kunnen doden en de maatschappij volledig kunnen ontwrichten. De ironie van deze ‘doodsdrift omgezet in wapentuig’ is, dat de wil om te overleven en een einde te maken aan deze dwaasheid, óók is toegenomen.

Waarde heer Erasmus, een aantal humanisten heeft een Huis van Erasmus opgericht in de hoop daarmee bij te dragen aan het uitdragen van uw gedachtegoed. Ik hoop dat deze brief ertoe bijdraagt dat u hen glimlachend uw goedkeuring geeft vanuit uw nergens-plaats, de werkelijke utopia, aan deze o zo menselijke poging er, letterlijk, het beste van te maken.

Met verschuldigde hoogachting,

Jan Bontje, humanist en vrijdenker, Spijkenisse

 

Na 500 jaar Klacht van de Vrede: Give peace a chance Lezing door Peter van den Dungen


U I T N O D I G I N G

 Na 500 jaar Klacht van de Vrede: Give peace a chance

 Lezing door Peter van den Dungen

Erasmus: Pionier van Vredesopvoeding en Cultuur van Vrede

Zaterdag 28 oktober 2017 van 11.00 tot 12.30 uur

Inloop 10.30 uur

 Bibliotheektheater Rotterdam

 

 

Professor Peter van den Dungen zal op zaterdag 28 oktober 2017 betogen dat niet de filosoof Immanuel Kant de eerste was die de wereld ‘vrede’ leerde, maar Desiderius Erasmus. De spreker heeft vanuit het Britse Bradford 25 jaar leiding gegeven aan het Internationale Netwerk Musea voor Vrede en is medeoprichter van het Bertha-Von-Suttner-vredesinstituut in Den Haag.

Huis van Erasmus viert het uitbrengen van dit boek waarin Erasmus de vrede ‘uitvond’. De titel ervan luidt De Klacht van de Vrede die overal door alle volken verstoten en versmaad wordt. Daarin staat een satire op het Onze Vader van soldaten van twee christelijke naties, zoals die van Duitsland en Engeland in 1914. Een acteur zal Erasmus’ tekst uitspreken. Daarna is er discussie over wat Rotterdam kan doen aan deze Klacht van Vrouwe Vrede.

Na de lezing is er om circa 12.30 uur een gratis lunch als u zich tevoren aanmeldt bij de Bibliotheek.

U klikt in dat geval op <Ctrl> en op https://www.bibliotheek.rotterdam.nl/actueel/evenementen/evenement/6092-lezing-klacht-van-de-vrede-500-jaar-give-peace-a-chance. Dan geeft u zich op via het onderstreepte ‘reserveren@bibliotheek.rotterdam.nl’.