Recensie: Bonjour Madame !


Boekbespreking:

 

Liefdes ontstaan, conventies verschuiven, staat op de flap van deze roman, onder de titel. Hiermee is kernachtig uitgedrukt waar het boek over gaat. De recensent kan het niet beter omschrijven.
Heiltje Veth is er meesterlijk in geslaagd mij het boek, waarin ik door drukke bezigheden (te) laat aan begonnen ben, in één ruk te laten uitlezen. Dat gebeurt niet vaak, want ik heb een zekere achterdocht tegen romans. Maar al te vaak proberen romanschrijvers interessant, intellectueel, moeilijk, elitair, verheven, hermetisch, te lijken waardoor hun romans op de stapel nog te lezen boeken blijven steken n er nooit meer van af komen. Deze roman over liefde en het lak hebben aan kleinburgerlijke conventies, over de hartstochtelijke relatie tussen een uit een arbeidersmilieu afkomstige vrouw die zich van haar engerd van een echtgenoot bevrijdt en in een relatie zweeft met een veel oudere rooms-katholieke kloosterling, sleurde mij het verhaal in zonder dat ik verzet kon of wilde bieden.
Hoewel het, uiteraard, allemaal fictief is, ontvouwt zich een eigen werkelijkheid die je aangrijpt, ontroert, boos maakt, irriteert, alert houdt. De personages in het boek kun je bijna aanraken, strelen, of vervloeken. Als een trein ontrolt zich het mooie geheel van quasi losse verhalen, flash backs, dag en echte dromen, huilpartijen, en dit allemaal met als middel- en hoogtepunt het woeste maar vertederende liefdesspel van ‘madame’ die gelukkig geen ‘madam’ was en haar kloosterling Vince.
Ik heb het boek met een diepe zucht dichtgeslagen. Lezen dus.

*

Heiltje Veth: “Bonjour Madame !”, roman, Uitg. Aspekt, Soesterberg, 2015, ISBN 9 789461 538000, 171 pag.

*

Advertenties

Feest voor de machines – een boekbespreking


Feest voor de machines – een boekbespreking
Een boekbespreking door Jan Bontje

Ik moet bekennen dat ik heel graag kinderboeken ter hand neem, ze helemaal uitlees of -kijk (als er geen tekst is) en dat nog vaak herhaal. Waarom? Omdat ze zo doeltreffend appelleren aan het kind in mij. En dat kind koester ik: oud worden is één, maar kind blijven in het diepst van je hart is toch wel het mooiste wat je kunt bereiken of moet ik zeggen blijven… Het feit dat ik een volop genietende opa ben zal hier zeker toe bijdragen!

Toen dan ook Feest voor de machines op de mat viel steeg de adrenaline. En ik werd niet teleurgesteld: het is een schitterend boek dat uitgeverij De Eenhoorn heeft geproduceerd. Aansprekende illustraties die elk kind onmiddellijk zal herkennen en juichkreetjes zal ontlokken. De bijbehorende tekst is kort, rijmt en dwingt door de gekozen woorden (waaronder grapjes en moeilijke woorden) de voorlezende grote mens tot nadere uitleg – wat de fantasie van het kind alleen maar nóg zal prikkelen. Het is een feest om dit boek te lezen, voor te lezen, te herlezen en door te geven. En waarom het Feest voor de machines heet? Dat moet u zelf maar ontdekken door het boekje aan te schaffen!

FEEST VOOR DE MACHINES, door Edward van de Vendel (tekst) & Liesbeth De Stercke (illustraties)

Uitg. De Eenhoorn, Wielsbeke (B), 2014
ISBN 978-90-5838-967-1220615

Recensie: Tussen korenbloemen en papavers – Gedichten – Greetje de Jong


Tussen korenbloemen en papavers – Gedichten – Greetje de Jong – Uitg. van Gé, Vlaardingen, 2013

Als ik in één woord deze mooie bundel mag samenvatten: verlangen.

Ingetogen, verlegen soms, zo nu en dan brutaal, een enkele keer explosief, vaak vertederd en vertederend, nu en dan bijna filosofisch: allemaal uitdrukkingen die eerder minder dan meer de lading dekken en daarmee tegelijk het ongrijpbare van (deze en elke ware) poëzie benadrukken.

De dichter gebruikt de beschikbare taal op eigenzinnige wijze en vangt soms schitterende zinnen als “grijpt kou het leven bij de keel” waartegenover dan weer “In de warmte onder huid van wolf”;  “Toen hoorde hij de voetstap”  in een gedicht waarin een archeologische vondst een rol speelt; “…muren van gras… maar ook een “kerk van bomen”.

Soms is er ontnuchtering, meteen al tot uiting komend in de titel van een gedicht: Schone schijn. Uiteindelijk eindigt de bundel toch juichend: Het roer is om.

Een bundel om meer dan eens te proeven…

Jan Bontje, juni 2014

Lees verder “Recensie: Tussen korenbloemen en papavers – Gedichten – Greetje de Jong”

Boekbespreking: Tussen duim en wijsvinger


Tussen duim en wijsvinger

Dichteres Els Huurman (1964) heeft weer een nieuwe bundel uitgebracht: Tussen duim en wijsvinger. Het is haar zesde literaire kindje. Het boekje is moeiteloos tussen duim en wijsvinger vast te houden, maar dit simpele feit is omgekeerd evenredig aan de aardige, gevarieerde inhoud.

Els Huurman tussen duim en wijsvinger

Steeds slaagt Huurman erin de lezer ofwel geheel op het verkeerde been te zetten of een invalshoek te bieden waar hoogstwaarschijnlijk niet aan gedacht was door degene die dit ‘poëtisch gerecht’ tot zich neemt. Zo begint de bundel heel verrassend met een zestiental gedichten waarin de titel pas volgt ná het gedicht. Die titel is dan meer een conclusie dan een benoeming…
Soms raakt zij aan de alledaagse werkelijkheid zonder de lezer de mogelijkheid, het recht en de plicht te ontnemen zélf een invulling te geven aan de door haar gestapelde woorden, aan het gedicht (blz. 60):

Eenvoud

Op mijn ontbijtbord
restjes brood
Hagelslag
en rode jam

Terwijl de hemel huilt
zich geeft
zodat de bloemen bloeien

De insecten schuilen
de vogels hun
jongen voeden

Zie ik mensen
in zwarte pakken
en tassen
zoeken naar oplossingen

Haar gedicht Molen “De Hoop” (blz. 67) schreef zij t.g.v. Open Monumentendag Hellevoetsluis in september 2013 en kreeg bij de bijbehorende dichtwedstrijd een eervolle vermelding.
Verdeeld over een zestal thema’s bestrijkt Huurman een breed spectrum. Al met een al een appetijtelijk bundeltje.

Els Huurman: Tussen duim en wijsvinger, Uitg. aquaZZ, eerste druk 2013, 71 blz., ISBN 9789490535988

Jan Bontje, oktober 2013

GESIGNALEERD: Kees Godefrooij – Rouge Noir


Rouge noir, zwartrood, is een erkende kleur, tussen zwart en rood. Ook de gedichten van de in 1951 in Rotterdam geboren dichter Kees Godefrooij bewegen zich tussen zwart en rood, dood en passie, duisternis en intens leven. Lezing ervan laat je niet onberoerd.

Humor is deze ‘zwartromantische’ dichter, bewonderaar van onder anderen – uiteraard – Baudelaire en Edgar Allen Poe, niet vreemd. Zie zijn gedicht

 

Roos- en wijnalarm

Dames, dames
laat de dichter
er even langs
hij is onderweg
naar een spoedgeval:
een roos en wijnalarm
dat dwingend aandacht behoeft

Of het afbreekstreepje in de titel met opzet is weggelaten in de zesde regel weet ik niet; ik vermoed een schoonheidsfoutje, want in de laatste regel wordt aan het alarm als enkelvoud gerefereerd.

Opmerkelijk is dat de bundel eindigt met een lichtvoetig, liefdevol gedicht:

Eens

– het moet op Vlieland geweest zijn
stak mijn liefje
haar voetje
in zee
waar weet ik
niet meer precies
maar
nooit heb ik sindsdien
zulke
verliefde golven
gezien

 

Kees Godefrooij: Rouge Noir, Uitg. De Witte Uitgeverij, Leiden, april 2011, 78 blz., ISBN 978-94-6107-052-4, Bestelnummer WUPOVE0008

Boekomslag en boekenlegger
Boekomslag en boekenlegger

Recensie: ongewoon gewoon


Gewoon: ongewoon gewoon

Wat doe je als je iemand kent die je een vriend mag noemen en die een bijzonder leven leeft? Dan schrijf je gewoon een biografie. Zoiets moet al een hele poos hebben gespookt in het hoofd van Tino van Kampen.

Een dergelijke vriend is Niels Snoek – levensgenieter, beeldend kunstenaar, mede-‘uitvinder’ van het snoezelen, dichter, en wat al niet meer. De titel van de biografie – die geen traditionele biografie is maar een mozaïek van ‘fragmenten uit het leven van Niels Snoek’ waarin diens karakter, belevenissen, vrouwen, plannen en projecten, successen en mislukkingen, worden geschetst – is heel toepasselijk ‘ongewoon gewoon’. Snoek is geen opschepper, omhooggevallen dandy, of carrièremaker, maar een aangenaam, ‘gewoon’ mens. Ik heb hem een enkele keer ontmoet en die ontmoetingen bevestigen het beeld dat zijn biograaf van hem schetst.

Het aardige van het boekje is, dat je de hoofdstukken in willekeurige volgorde kunt lezen. Er is geen chronologie. In plaats van een aaneenschakeling van tijdsgebonden feiten, putte de schrijver zich uit in het zo leesbaar mogelijk beschrijven van bepaalde bepalende periodes uit dit boeiende leven. Zo maken we al lezend kennis met Snoek’s voorouders, met zijn muze(n) en zijn verschillende werkzaamheden. We ontdekken dat Niels een filosofisch denker is, op een ongewoon gewone manier religieus. Geen drammer, geen dwingeland, maar een tolerant zoeker naar wat hij zijn waarheid vindt. Als dichter is hij vanaf het begin betrokken bij het dichterscollectief De Reizende Dichters op Goeree-Overflakkee, dat al spoedig het blad O-O-G-O uitbrengt en vier keer paar een literair café organiseert. In dit gezelschap en in deze dichterlijke sfeer is Niels als een snoek in het water…

Iedereen die van poëzie houdt, waarachtig geïnteresseerd is in mensen (human interest) en buiten de perken en op niet platgetreden paden durft gaan, moet dit boekje lezen!

Tino van Kampen: ongewoon gewoon – fragmenten uit het leven van Niels Snoek. Eerste druk, 2012, Uitg. Boekscout.nl, Soest ISBN 9 789462 065727

Boekomslag van 'ongewoon gewoon'
Boekomslag van ‘ongewoon gewoon’

 

Prijs: € 16,95

Auteur: Tino van Kampen
Geïllustreerd: Ja
Uitvoering/formaat: Paperback A5
Aantal pagina’s: 162
ISBN: 9789462065727
Verschijningsdatum: 21 december 2012
Uitgeverij:http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=3554

 

 

 

 

Recensie: Eten, vuren en beuken


Het gaat over komma’s, dubbele punten, uitroeptekens, vraagtekens, aanhalingstekens, gedachtepuntjes… Heel leuk misschien voor – althans sommige – schrijvers en dichters, maar voor de meeste normale stervelingen toch een beetje te gedetailleerd? Ja en nee.

 

Ik kan het boekje “Eten, vuren en beuken – keiharde regels voor interpunctie” van harte aanbevelen. Het is geestig geschreven en geeft, zoals de titel belooft, keiharde regels m.b.t. het gebruik van leestekens. “Het is droevig gesteld met het taalniveau. Als de spelling niet meer deugt of de leestekens niet meer goed staan, valt de taal als loszittend lapwerk uit elkaar. (…) De reden dat het de moeite waard is om op te komen voor een goede interpunctie is niet dat het om een willekeurig notatiesysteem gaat dat alleen bekend is bij een stelletje overgevoelige elitairen die beginnen te krijsen als ze zien dat het systeem verkeerd wordt gebruikt of wordt genegeerd. Nee, de reden is dat het niet mogelijk is om op een goede manier met elkaar te communiceren zonder leestekens. Leestekens geven aan welke woorden bij elkaar horen en welke niet. Leestekens wijzen erop hoe je een tekst moet lezen, zoals de aanwijzingen in een muziekstuk duidelijk maken hoe het stuk gespeeld moet worden.” (Blz. 27/28.) Sarcasme gestoeld op realiteitszin is ook de vertaler van dit oorspronkelijk in het Engels geschreven werkje niet vreemd: “De zinseindepunt is vooralsnog het eenvoudigst te begrijpen leesteken, zolang iedereen tenminste snapt wat een zin is, een voorwaarde die vandaag de dag niet meer gegarandeerd kan worden.” (Blz. 31)

 

De auteur stelt met een mengeling van ernst en luim: “Wat ik wil, is actie. “Kommaneukers aller landen verenigt u!” U heeft niets te verliezen behalve uw gevoel voor de juiste verhoudingen, en dat heeft u toch al bijna niet, dus wat maakt het uit? Misschien zullen we de wereld niet veranderen, maar we zullen ons in ieder geval beter, opgeluchter voelen. (…) U kent de uitdrukking ‘nul komma nul’. Wel, die willen we graag een beetje aanpassen en gebruiken voor onze strijd:

Nu komma nu!”

 

Het boek is opgedragen aan een groep mensen die werkelijk iets te verliezen hadden:

“Ter nagedachtenis aan de stakende bolsjewistische drukkers van Sint-Petersburg. In 1905 eisten zij dat ze hetzelfde tarief betaald zouden krijgen voor leestekens als voor letters. Met hun staking gaven ze de directe aanzet tot de eerste Russische Revolutie.”

 

Drukkers (boekdrukkers, letterzetters; typografen zoals ze vroeger werden genoemd) hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de arbeidersbeweging – zij lazen als eersten (na de schrijver en de redacteur) allerhande teksten. Zo kwamen hen dus ook analyserende, bevrijdende en opstandige teksten onder ogen… Ze waren bovendien altijd goed georganiseerd, mede omdat ze – letterlijk – geletterde dus ontwikkelde arbeiders waren.

 

Van de oorspronkelijke Engelse uitgave zijn in Engeland en Amerika miljoenen exemplaren verkocht. De vertaler maakte er een geheel eigen boek van, maar bewaarde toch de stijl en geest van Lynne Truss: “Het is gewoon haar boek gebleven.” (Blz. 7) De Nederlandse titel is ontleend aan een anekdote waarmee doel en nut van het boekje op onovertrefbare wijze zijn verwoord: “… zoals het verhaal over twee houtwormen die in een cafxe9 een broodje eten. Ineens pakken ze een revolver, schieten ermee in de lucht en vertrekken dan, onderweg naar buiten nog een argeloze cafxe9bezoeker aftuigend. De eigenaar van het cafxe9 roept: “Wat heeft dit allemaal te betekenen?” “Gewoon,” zegt een van de twee houtwormen, “we zijn houtwormen, kijk maar in het woordenboek.” Even later heeft de cafxe9baas een woordenboek op de kop weten te tikken en warempel, het staat er: “Houtwormen: veelvoorkomende bruingele insectenlarven. Eten, vuren en beuken.” — Een goed woordenboek was het natuurlijk niet. De komma na ‘Eten’ had er immers niet mogen staan: “Eten vuren en beuken.” Dat is heel wat anders dan: “Eten, vuren en beuken.” (Blz. 10)

 

Dat er ook bloedserieuze en levensgevaarlijke kommaneukers bestaan illustreren de schrijvers aan het einde van hun boek. Sir Roger Casement, een Ier die vocht voor een vrije Ierse Republiek, werd in 1916 op grond van een oude Engelse wet uit 1351 (!) tot de galg veroordeeld. In de desbetreffende tekst stond geen komma, zodat de juridische tekstinterpretatie de doodstraf uitsloot. Maar de man moest hoe dan ook ter dood worden veroordeeld.

“Twee rechters die de oorspronkelijke tekst bekeken, ontdekten met behulp van een microscoop toch twee leestekens die op een schuine streep leken, de zogenaamde virgula, die in 1351 de functie van de latere komma vervulde. Het opnemen van de strepen/komma’s in de tekst leidde tot een tekstinterpretatie die veroordeling tot de galg legitimeerde.” (Blz. 206)

 

Dit handzame boekje met harde kaft lijkt mij een fraai sinterklaas-, kerst- of ‘gewoon zomaar’ cadeau voor schrijvers en dichters en iedereen die nog een beetje gevoel voor taal heeft.

 

(c) Jan Bontje 2004

 

Lynne Truss & Wim Danixebls: “Eten, vuren en beuken – Keiharde regels voor interpunctie” – Uitg. Prometheus, Amsterdam, 2004 – 212 blz. – ISBN 90 446 0437 6 – Oorspronkelijke titel “Eats, Shoots & Leaves” (2003) – x80 12,50