Giordano Bruno


Op de Campo de’ Fiori

een geheiligde glorie

voor de beul en zijn Kerk:

brandende Bruno hun werk.

Volgens jou is alles één

en is daarbuiten niets.

Dat gegeven duurt eeuwig lang;

je beulen waren terecht heel bang

dat hun dogma’s zouden kwijnen,

hun dwaze leer verdwijnen.

Kennis bestrijdt het duister

en brengt ons licht en luister.

Kijkend door jouw bril

zien we jouw denken stralen.

Het (bij)geloof zal falen:

het is immers een gril.

© Jan woordenaar Bontje, 15 juni 2020

*

Toelichting;

Giordano Bruno 1548 – 1600

‘Alle dingen zijn in het universum en het universum is in alle dingen; wij zijn het en het is in ons; op deze manier komt alles samen in perfecte eenheid.’

‘De stommelingen van de wereld zijn degenen die religies, ceremonies, wetten, geloof en leefregels hebben gemaakt.’

Auteur van dit venster – Jan Bontje

Giordano Bruno was priester, schrijver, satiricus, wetenschapper en vrijdenker die in 1548 werd geboren in Nola (in de buurt van Napels, Italië). Na een proces van ongeveer 8 jaar wordt hij in 1600 in Rome door de rooms-katholieke kerk op de brandstapel gebracht. Zijn boeken wijken op te veel terreinen af van de officiële leer. Ze worden dan ook door Rome op de ‘Lijst van verboden boeken’ (de ‘Index’) gezet. (…) [In 2000, nu dus 29 jaar geleden] biedt de Kerk excuses aan voor de moord op Bruno. Rehabilitatie volgt echter niet; zijn leer blijft ketters.

Ketterse ideeën

Als Bruno 13 is gaat hij naar de kloosterschool van de Dominicanen. Deze orde heeft – onder meer vanwege steun aan de Inquisitie – faam verworven die misschien nog het beste kan worden weergegeven door de middeleeuwse woordspeling Domini canes; ‘de honden van de Heer’. Later treedt Bruno uit de Orde en verblijft enige tijd bij de Calvinisten in Genève, maar ook deze verstoten hem wegens ketterij. In 1572 wordt Bruno gewijd tot priester.  

Als pantheïst met een wetenschappelijke interesse meent Bruno dat alle materie bezield is, van het kleinste plantje tot de hele kosmos. Hierbij neemt hij een min of meer materialistische houding aan; de geest zit ín de materie en ín de natuur (zie voor deze positie ook mensen als Spinoza en Hegel). God en natuur zijn dus niet te scheiden van elkaar. Volgens Bruno is de zon niet meer of minder dan een ster en zijn sterren op hun beurt gewoon zonnen. Anders dan de Kerk meent Bruno dat het heelal oneindig is en er niet nog een extra oneindig principe – namelijk god – naast het heelal bestaat. God staat niet naast, maar ín de wereld. In een persoonlijke god gelooft hij niet, en al evenmin in de lichamelijke verschijning van zijn zoon Jezus op aarde. Bruno verdedigt zijn positie met de bewering dat zijn ‘wetenschappelijke’ aanpak niet in strijd is met de bijbel.

Maar zijn ideeën gaan veel te ver voor de toen al niet meer almachtige Moederkerk, die geteisterd wordt door reformatie, humanisme, wetenschap en ketterij. De Inquisitie voert een terreurbewind om te redden wat er te redden valt. In reactie op het horen van de doodstraf, zei Bruno dan ook:

Misschien spreken jullie, mijn rechters, dit vonnis met meer angst uit dan waarmee ik het onderga.”

Wat precies de doorslag heeft gegeven in zijn veroordeling is niet helemaal duidelijk. Vermoedelijk is de optelsom van zijn ideeën voldoende bedreigend voor de officiële leer. Hoeveel mensen tijdens de Inquisitie zijn vermoord is onbekend, maar hun aantal loopt waarschijnlijk in de miljoenen. Op 17 februari 1600 wordt Bruno op de brandstapel gezet. Een ijzeren pen door zijn mond en tong brengt hem tot zwijgen.  

Niet vergeten

Helemaal vergeten is Bruno niet. In Berlijn onthult de Giordano Bruno Stiftung in 2008 – samen met andere humanistische en vrijdenkersorganisaties – een monument voor de denker. Jaren daarvoor al werd in Helmstedt een gedenksteen voor hem geplaatst en op de maan is een krater naar hem vernoemd. Het meest bekend is zijn standbeeld in Rome.

In 1889 wordt het op de plaats van de moord (het plein Campo de’ Fiori, Plein der bloemen) opgericht. Bruno staat met zijn gezicht gericht naar het Vaticaan. Dit wordt de initiatiefnemers niet in dank afgenomen en de paus tekent protest aan.

De gedenktekens van de Inquisitie manen ons waakzaam te blijven tegen geloofsterreur, zodat Bruno’s standvastigheid en brandoffer (in het Grieks holocaust) niet voor niets zijn geweest. Want hoewel de rooms-katholieke kerk in het jaar 2000 min of meer verontschuldigingen aanbiedt voor de moord op Bruno, wordt hij niet gerehabiliteerd. Zijn opvattingen blijven immers in strijd met de Rooms Katholieke Leer. Waarvan acte.

(Dit is mijn artikel uit 2009 op https://humanistischecanon.nl/venster/ketters/giordano-bruno/)

Multatuli


Multatuli

Hij was heus niet gemakkelijk hoor,

dat geef ik zwart op wit toe,

maar nog steeds vindt hij een schappelijk oor:

hij doorbrak immers ieder taboe.

.

Als vrije denker en publicist,

bestreed hij elke misstand

in de kolonie (wat u al wist) –

schreef zelfs de Koning van ons land,  

.

maar die hield zich Oostindisch doof

voor het misbruik in Insulinde.

Hij had immers zélf baat bij die roof –

in archieven is dat te vinden.

.

Zijn naam is: ‘ik heb veel geleden’

en er lijden nog velen. Júíst in het heden.

© Jan woordenaar Bontje, 21 mei 2020

In 1860 bracht Eduard Douwes Dekker (1820-1887), bestuursambtenaar in Nederlandsch Oost-Indië, onder de naam Multatuli zijn Max Havelaar uit. In deze debuutroman stelde hij de wantoestanden in de Oost-Indische kolonie aan de kaak. Het sloeg in Nederland in als een bom en is 160 jaar later nog steeds een van de beroemdste boeken uit de Nederlandse literatuur.

Het boek eindigt af met een oproep aan Koning Willem III:

“Want aan U draag ik mijn boek op, Willem den derde, Koning, Groothertog, Prins, … meer dan Prins, Groothertog en Koning, … KEIZER van het prachtig rijk van INSULINDE, dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd! …

Aan U durf ik met vertrouwen vragen of ‘t uw Keizerlijke wil is: Dat Havelaar wordt bespat met den modder van Slijmeringen en Droogstoppels?

En dat daarginds Uw meer dan dertig millioenen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in Uwen naam?”

Multatuli kreeg (uiteraard…) geen antwoord, óók niet op een verzoek dat hij nog vóór de publicatie van de Max Havelaar via de post rechtstreeks aan ‘Koning Gorilla’ richtte.

In de 4de druk voegde Multatuli als slot een sneer toe over het uitblijven van een koninklijk antwoord: “… die zich zeker bezig houdt met belangryker zaken dan Rechtdoen en ’t behouden van Insulinde voor Nederland.”

Voor de zekerheid stuurde hij de Koning een exemplaar van deze druk op. Opnieuw bleef een reactie uit.

Erasmus


Hé makker Erasmus, hoor mij eens aan:

kritiek op de machthebbers, mag dat nog wel?

Als jij nu zou leven, verloor je je baan,

want wat je veroorzaakt is méér dan een rel.

.

Aan machtsgeilen immers is spot niet besteed:

zij gruwen van humor! Hun tong is banaal:

geen uitleg maar kreten en tweets bij de vleet.

Dát, beste Erasmus, is nu dus hun taal.

.

Maar toch, ik probeer steeds jouw houding te zien

als bron van mijn denken (nou ja, voor een deel).

Als velen dat doen, wel, dan lukt het misschien:

in plaats van verdeeldheid opnieuw een geheel.

.

Maar mijn hoop lijkt vergeefs, want ik hoor al je spot.

.

© Jan woordenaar Bontje, 20 mei 2020

ELEONORA, Minnevorstin


Talent voor de liefde, gij Eleonora.

U bracht het tot Vorst’ van la France en van Eng’land.

Minnevorstin – tóch een doos van Pandora

die zorgde voor heibel, tumult, trammelant.

.

Uw zoon Richard Leeuwenhart, Albion’s Koning,

in Kruistocht gevangen maar toch weer bevrijd,

hield veel van zijn moeder: uw hart was hem woning.

U leeft, net als hij, immer voort in de tijd.

.

Partner van Eros, van Venus de hartklop:

vol liefde en hartstocht dus ook heel vaak smart.

.

© Jan woordenaar Bontje, 19 mei 2020

Eleonora (ca. 1122-1204) was Hertogin van Aquitanië, toentertijd een zeer machtig rijk. Door huwelijk was zij enige tijd Koningin van Frankrijk en later Koningin van Engeland. Terwijl haar zoon Richard Leeuwenhart (1157-1199) op Kruistocht was, was zij regentes van Engeland. Aan de zijde van haar teruggekeerde zoon speelde ze de rol van Koningin feitelijk opnieuw.  Er is een schitterende historische roman over haar van de hand van Pim Wiersinga: “Eleonora en de liefde”,  Uitg. In de Knipscheer, Haarlem, 2016 ISBN 978062659194.