Jan Campert 1902 – 1942 – 2002 – 2012 – 2013


De dichter, journalist, schrijver en toneelcriticus Jan Remco Theodoor Campert werd in 1902 in het dorpje Spijkenisse geboren. Hij is bij velen vooral bekend door zijn in 1941 geschreven verzetsgedicht Het lied der achttien dooden.

Toen Campert in 1942 een jood in veiligheid probeerde te brengen naar België, werd hij gearresteerd en gevangengezet in Breda en daarna, via o.a. kamp Amersfoort, gedeporteerd naar een concentratiekamp. Hij overleed kort daarna, op 12 januari 1943, in het concentratiekamp Neuengamme. De bruin- en zwarthemden hadden wederom een goed mens omgebracht…

Al in 1933 stelde Jan Campert in zijn “Ballade der verbrande boeken” over de boekverbrandingen door de bruin/zwarthemden in Duitsland het barbaarse nazisme aan de kaak. In “Slordig beheer 1941” onderstreepte hij de betrokkenheid van de dichter bij de samenleving.

Zijn maatschappelijk-politieke betrokkenheid bleek ook uit de voordracht over “Dichterschap en verantwoordelijkheid” die hij hield op 15 maart 1942 voor het Haagse genootschap “Oefening kweekt kennis” die een dag later in het dagblad Het Vaderland werd gepubliceerd. Hij stak in deze lezing zijn bewondering voor dichters als Herman Gorter, Henriette Roland Holst en Boutens niet onder stoelen of banken.

Met zijn gedicht: “De Achttien Dooden” is hij geworden wat hij als verzetsstrijder wilde: *Stem te zijn, en anders niet*. Zijn stem wordt nog steeds gehoord en ook ik zal alles doen om zijn stem te laten horen. Campert’s biograaf Hans Renders vermeldt in “Gevaarlijk drukwerk” (2004), dat Campert de status bereikte van ‘de Anne Frank onder de verzetsdichters‘.

Jan Campert schreef in de aanloop naar de oorlog, dus in de jaren 30, de crisistijd, als s c h r ij v e r, beslist niet als sympathisant!, wat n e u t r a l e stukjes voor de toen nog enkel pro Nederlandse politieke partij NSB. Ook solliciteerde hij bij het ANP, nadat dit persbureau van joden was gezuiverd. Hij had geld nodig en schreef dus letterlijk om den brode. In de oorlog heeft hij deze ‘misstappen’ meer dan goed gemaakt door zijn verzetswerk.

“Misstappen kun je zijn activiteiten niet eens noemen, eerder de wanhopige pogingen van een armlastige schrijver om nog iets te verdienen. In 1937 en 1938 leverde hij bijdragen aan het dubieuze tijdschrift De Waag, in 1940 vertaalde hij het niet Duits-onvriendelijke De misdaad der evacuatie van Jean de la Hire en in 1941 nam hij een lay-out opdracht aan van een NSB-uitgever. In mei van datzelfde jaar vroeg hij subsidie aan bij het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten om een roman te kunnen schrijven. Hij kreeg 480 gulden in zes maandelijkse porties, maar zou de roman nooit voltooien. ‘Er is overigens geen reden om aan te nemen dat Campert deze en dergelijke werkzaamheden met voldoening verrichtte’, schreef Lou de Jong in deel 6 van Het Koninkrijk der Nederlanden, ‘zijn hart lag bij het verzet’. In dezelfde periode waarin Campert zijn verzoek om subsidie deed, schreef hij ook al verzetspoëzie, waaronder het later beroemd geworden Lied der achttien dooden.”

Hij was geen volmaakt mens, maar wie is dat wel? Wie zonder zonden is werpe de eerste steen… Campert ging in ieder geval niet in Duitse dienst, ging niet naar het Oostfront zoals een aantal landverraders – sommigen uit idealisme, maar ook notoire bruin- en zwarthemden. Nee, Campert ging in het verzet en redde joodse Nederlanders uit de moordmachine van de nazi’s. In totaal heeft hij ca. 20 joden naar België helpen ontsnappen. Op 21 juli 1942 werd hij met zijn helper, de Bredase journalist Martien Nijkamp, net over de grens bij Baarle-Nassau gearresteerd toen zij de 21-jarige jood Frans van Raalte naar België probeerden te smokkelen. Van Raalte ontnam zich nog dezelfde dag in gevangenschap het leven.

Campert zat enige tijd gevangen in Breda, in kamp Haaren en in kamp Amersfoort. Uiteindelijk kwam hij via het concentratiekamp Dachau in november 1942 in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht. In december 1942 werd hij tot twee maal toe met longklachten in het ziekenhuis opgenomen.
In de strenge winter, op 6 januari 1943 om precies te zijn, vroeg Campert in een brief aan zijn moeder om warme kleding en stevige schoenen. Hij schreef ook dat hij pijn in zijn borst voelde en het erg koud had. In het officiële medische dossier staat dat hij op 12 januari 1943, 40 jaar oud, om 13.30 uur aan borstvliesontsteking is overleden. Het was feitelijk ‘moord op termijn’.

Het gedicht “De achttien dooden” werd voor het eerst gepubliceerd in het ondergrondse blad Vrij Nederland (dit blad bestaat, net als de uit het verzet voortgekomen bladen Trouw en Parool, nu nog). In 1944 werd het gedicht als rijmprent, met een tekening van Fedde Weidema, pseudoniem Coen van Hart, door Geert Lubberhuizen (die niet lang daarna daarmee deels de ondergrondse Utrechtse studentenuitgeverij De Bezige Bij zou financieren) uitgebracht en in ruime kring verspreid en verkocht. De met de prent gegenereerde gelden dienden in eerste instantie om de kosten van het onderduiken van Joodse kinderen, waar Lubberhuizen en collega-studenten bij betrokken waren geraakt, te financieren. De uitgeverij De Bezige Bij bestaat ook nog steeds.

Zestig jaar na zijn arrestatie, in 2002, werd in Spijkenisse aan de Jan Campertkade een kunstwerk geplaatst ter herinnering aan deze grote zoon van Spijkenisse. Het gedenkteken is vervaardigd door de in Suriname geboren Spijkenisser beeldhouwster Helen Ferdinand. De enige zoon van Jan Campert, de bekende dichter en schrijver Remco Campert, onthulde het monument.

Ter nagedachtenis aan Jan Campert is in 1947 de Jan Campert Stichting opgericht. Deze stichting heeft als doel het bevorderen van de Nederlandse literatuur. De Jan Campert Stichting kent jaarlijks enkele literaire prijzen toe, waaronder de Constantijn Huygens-prijs.

Het is dit jaar (2012) 110 jaar geleden dat Jan Campert werd geboren. Een man met het hart op de goede plaats: als dichter, als mens. Ik ben trots dat er ook in Spijkenisse een basisschool naar hem is genoemd: de o.b.s. Jan Campert.

In 2013 is het 70 jaar geleden dat Jan Campert werd vermoord door de nazi’s. In een tijd waarin vreemdelingenhaat en racisme weer openlijk de kop opsteken, leek het mij goed deze door het nazisme vermoorde mens in herinnering te houden.

(Bronnen: o.a. wikipedia, de website van de Jan Campert Stichting, website van uitgeverij De Bezige Bij, dagblad Het Vaderland)

Lied ‘De Achttien Dooden’

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal de avond zien.

O lieflijkheid van lucht en land,
van Hollands vrije kust ~
eens door de vijand overmand,
vond ik geen uur meer rust;
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd ?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijd den ijdelen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat de vloekb’re schennershand
het anders heeft begeerd,

voordat die eeden breekt en bralt
het misselijk stuk bestond
en Hollands landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond,
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk germaans gerief,
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie;
zoo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar
verwerp al wat hij biedt of bood,
die sluwe vogelaar.

Gedenk die deze woorden leest,
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ’t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
zooals ook wij hebben gedacht|
aan eigen land en volk,
er komt een dag na elke nacht,
voorbij trekt ied’re wolk.

Ik zie hoe ’t eerste morgenlicht
door ’t hooge venster draalt ~
mijn God, maak mij het sterven licht,
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mijn dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ik voor de loopen sta.

Het lied ‘De Achttien Dooden’ schreef Jan Campert n.a.v. de executie van vijftien Geuzen en drie Februaristakers op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte.

Advertenties

2 gedachtes over “Jan Campert 1902 – 1942 – 2002 – 2012 – 2013

  1. Zit nog te bekomen van het nieuws dat in de peilingen, en dat is gelukkig geen politieke werkelijkheid, de PVV weer de grootste partij is…en lees met actuele ontroering het verhaal van Jan Campert. Dank.

Ik ben benieuwd wat je hiervan vindt... Geef een reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s