Verslag van de 10de LiteRAR en Muziek op 17 maart 2013


Het was een bijzondere LiteRAR en Muziek: alweer de tiende aflevering, het optreden van een bijna compleet dichterscollectief i.p.v. ‘losse’ dichters, slechts één muzikaal duo i.p.v. een aantal verschillende muzikanten zoals te doen gebruikelijk. En dan ook de voorzitter van RAR die een inleiding hield over de ledententoonstelling van RAR die hij de dag ervoor had geopend.

Na de gebruikelijke Kooserie en de opening door Jan Bontje, kwam Koos Verkerk opnieuw aan het woord. Koos Verkerk is voorzitter van Regio Art Rijnmond (RAR) en had de dag ervoor, 16 maart, bij zijn opening van de ledententoonstelling SALON, uiteengezet waarom men voor deze RAR-leden-expositie de naam SALON had gekozen. Datzelfde praatje wilde hij ook op deze LiteRAR en Muziek houden, om nog eens te benadrukken dat RAR het meer dan verdient om in een bredere publieke belangstelling te staan.

Koos Verkerk
Koos Verkerk

Wie het nog eens wil nalezen kan terecht op het betreffende artikel op deze blog

 
 
 
 
 
 
 

*

De enige, unieke, muziekgroep die deze middag voor de muzikale omlijsting zou zorgen was het duo De Troubadours bestaande uit Frans Lodewijk (zang en gitaar) en Marcus Mulder (zang). Zij brachten in drie gedeelten een keuze uit hun uitgebreide Nederlandstalig repertoire.

De Troubadorus
De Troubadours

 
 
 
 
 
 
 
 

*

Voor de pauze kwamen drie vrouwelijke dichters van Polder || Poëzie aan bod, t.w. de uit Noord-Holland afkomstige maar op Voorne-Putten wonende Lydi van Staveren, de in toen nog zgn. ‘Nederlands’ Indië geboren Lily Touwen en de Brielse Corrie van der Linden.

Lydia van Staveren
Lydia van Staveren
Lily Touwen
Lily Touwen
Corrie van der Linden
Corrie van der Linden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

Na de pauze mocht Corrie van der Linden op verzoek van het publiek nog haar gedichtje ‘Het vogeltje’ lezen en daarna stapte de middelbare scholier Chris de Man (1996) uit Hoogvliet op het podium. Hij rapte een eigengemaakte rap over de actualiteit.

Chris de Man
Chris de Man

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

Greta Lugtmeier (voorzitster van Vereniging Polder || Poëzie Voorne-Putten) bracht o.a. een ode aan de Dikke van Dale, dichtte over de thuiszorg en las haar column “Ode aan de vriendschap’.

Greta Lugtmeier
Greta Lugtmeier

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

Hannie van der Lecq las onder meer haar gedicht “Boerenbuurt” waarin zij herinneringen ophaalde aan haar jeugd “…met vaderliefde aangelengd…”

Hannie van der Lecq
Hannie van der Lecq

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

De Troubadours traden aan voor het tweede gedeelte van hun muzikale drieluik, met het gedicht/lied “Kaarsrecht volk” over de vuurtorens, “Maskers” dat een vertaling is van een Turks gedicht en net als Kaarsrecht volk van Anneke Haasnoot door Frans Lodewijk op muziek gezet.

De Troubadours (2)
De Troubadours (2)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

John Muller, afkomstig uit wat ooit “de West” werd genoemd, bracht odes aan het water en aan de Surinaamse vrouw. Ook las hij een aangrijpend gedicht over Moiwana, een dorp in het district Marowijne in het oosten van Suriname. (Op 29 november 1986, tijdens de Binnenlandse Oorlog tussen het Surinaamse leger o.l.v. Desi Bouterse en het Junglecommando o.l.v. Ronnie Brunswijk, vond er een slachting plaats, die bekend staat onder de naam Moiwana ’86. Daarbij kwamen ca. 50 mensen om, waaronder zwangere vrouwen en kinderen. De overlevenden vluchtten met duizenden andere bewoners van het binnenland over de rivier Marowijne naar het buurland Frans-Guyana. Het dorp raakte overwoekerd door het omringende oerwoud. In een van de Franse opvangkampen werd een monument voor de slachtoffers opgericht).

John Muller
John Muller

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

Eva Timmermans uit Vlaardingen, die naar eigen zeggen gek is op sprookjes, legendes en sagen, sloot de rij dichters met gedichten als De Dudukspeler (de duduk is een Armeense fluit; je spreekt het als djoedjoek uit, zo legde zij uit) en “Paradijswachter” over een arend die als Paradijswachter boven de groene bomen hing en “De poldersloot”.

Eva Timmermans
Eva Timmermans

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

Jan Bontje hield een praatje over de 100 jaar geleden geboren schrijver Godfried Bomans die in 1967 een bezoek blijkt te hebben gebracht aan Spijkenisse.

Jan Bontje
Jan Bontje

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

De Troubadours sloten de middag af met “De laatste liefde”, “Echte vriendschap duurt een leven lang’ en het door Jan Bontje gedichte lied “Vrede” dat door Frans Lodewijk op muziek is gezet.

Het publiek luisterde aandachtig
Het publiek luisterde aandachtig

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

Jan Bontje sloot de middag af.
 

Fotocollage gemaakt door Jozina Lodewijk
Fotocollage gemaakt door Jozina Lodewijk

SALON: inleiding Koos Verkerk bij de opening van ledenexpositie in galerie RAR op 16 maart 2013


Salon

1648 – Ecole des Beaux Arts opgericht door kardinaal Mazarin, minister van financiën van Lodewijk XIV. Deze Ecole des Beaux Arts werd later omgedoopt in de Académie Royale de peinture et sculpture en in 1816 Academie des Beaux Arts.
1663 – besluit om jaarlijks een tentoonstelling te organiseren
1664 – eerste tentoonstelling
1665 – tweede tentoonstelling
Tentoonstellingen waren alleen voor leden en niet toegankelijk voor publiek. Vanaf 1673 werden de tentoonstellingen gehouden in de Arcades van het Palais Royal.
1699 –  tentoonstelling verplaatst naar het Louvre.

Vanaf 1725 werd de plaats van handeling de Salon Carré in het Louvre en werd de naam Sallon geboren. In eerste instantie geschreven met dubbel l, later werd het Salon.
1737 – de tentoonstellingen werden opengesteld voor publiek.
1748 – het jurysysteem werd ingevoerd. Selectie was uitermate streng (in 1848 werd het selectiesysteem geliberaliseerd – minder afwijzingen)
1881 – de Franse staat trekt zich terug uit de organisatie. De organisatie kwam in handen van de Société des Artistes Français en de officiële naam werd Salon des Artistes Français.
De wanden van de tentoonstellingsruimte hingen helemaal vol met schilderijen, van de vloer tot aan het plafond. Het was dus van belang om op een goede plek te hangen met je werk. Hoog boven in de hoek kon met werk nauwelijks zien. Alle mogelijke vormen van beïnvloeding en omkoping werden in de strijd gegooid om maar een goede plek te krijgen.
De jurering was uiterst streng en men was uiterst conservatief. Jonge kunstenaars en nieuwere stromingen in de kunst kregen nauwelijks of geen kans.
Een lange lijst van nu zeer gewaardeerde kunstenaars werd indertijd probleemloos geweigerd: Cézanne, Johan Barthold Jongkind, Camille Pisarro, Manet, Monet, Renoir, Sisley, Courbet, Whistler e.v.a.
Geweigerde werken werden voorzien van een in de houten lijst ingebrande R (Refusé). Geweigerde werken waren dus altijd te herkennen en slecht elders te exposeren, laat staan te verkopen. Aangekochte werken met een R werden teruggegeven en betaalde koopsommen moesten terugbetaald worden.
In 1863 werden 5000 werken aangeboden en werden er 3000 geweigerd.
Zo werd Manet’s “Le dejeuner sur l’herbe” geweigerd om ten slotte als ‘onfatsoenlijk’ ten prooi te vallen aan de censuur.

In 1863 ontstond op initiatief van keizer Napoleon III de Salon de Refusés. Een, naar al gauw bleek, uiterst populaire tentoonstelling van jonge en in die tijd avant-gardistische kunstenaars. 4000 bezoekers waren geen uitzondering. De beweegredenen van Napoleon III om dit initiatief te ondersteunen waren echter niet, zoals je zou verwachten, zijn grote waardering voor de nieuwe stromingen in de kunst en zijn jonge vertegenwoordigers. Door middel van deze tentoonstelling wilde hij het publiek laten zien hoe slecht en verdorven de nieuwe stromingen en haar kunstenaars waren. In de Salon kon men immers pas de echte kunst bewonderen. De Salon des Refusés is uiteindelijk gehouden in 1863, 1874, 1875 en 1886. Er ontstond nogal wat onenigheid onder kunstenaars of men door zou moeten gaan met de Salon des Refusés of dat men zich toch beter zou kunnen aansluiten bij de Salon. Daarbij kwam dat de jurering sinds 1848 werd versoepeld en de mogelijkheden voor jonge kunstenaars en stromingen om toegelaten te worden werden vergroot. Daar zat soms echter wel een addertje onder het gras. Slecht beoordeelde, maar wel toegelaten, werken werden opzettelijk op een prominente plek gehangen. Niet vanwege het feit dat men het zo goed of mooi vond, maar in de verwachting dat het publiek het oordeel van de jury, dat het een slecht werk was, zou ondersteunen. Zo hing men het (prachtige) doek “Meisje in het wit” van Whistler op een heel prominente plaats. De schrijver Emile Zola meldt dat het schilderij vaak beschimpt en bespot werd. Een recensent schreef: “een krachtig, roodharig wijf met een lege blik en zielloze ogen, dat om onverklaarbare reden op een wolfsvel staat.”

De Salon des Artistes Français werd in velerlei “organisatie”vormen voortgezet tot 1949. Dat neemt niet weg dat, tot op de dag van vandaag, er in Parijs kunstsalons georganiseerd worden, zoals de Salon de mai, de Salon d’automne en de Salon d’hiver. (Mei-, herfst- en wintersalon).

Men wordt overigens in Frankrijk heden ten dage dood gegooid met Salons, maar dat zijn voor 99% vrijwel altijd beurzen.

Woordenboek:
Salon = mooie kamer waar je mensen ontvangt – pronkkamer
Salon = besloten gezelschap
Salon = handelstentoonstelling (synoniem: beurs)
Deze drie betekenissen van het woord salon gelden in alle opzichten voor RAR en deze ledententoonstelling. Alleen al uit dien hoofde verdient deze expositie de naam Salon.

Spijkenisse, 16 maart 2013
Koos Verkerk
voorzitter Regio Art Rijnmond (RAR)

 

De tentoonstelling SALON is nog t/m 16 april 2013 te zien in de galerie.

Tentoonstelling SALON 16-03-2013 - 16-04-2013
Tentoonstelling SALON 16-03-2013 – 16-04-2013
James Whistler,  Symphony in white no. 1 (The white girl) 1862
James Whistler, Symphony in white no. 1 (The white girl) 1862