Sedoka


De sedoka of keervers is een van oorsprong Japanse dichtvorm, verwant aan haiku, senryu, tanka, waka, renga, haikai en kyoka. De sedoka (ook geschreven als sedóka) is een hoofdherhalend gedicht met een zesregelig lettergrepen schema: 5-7-7 en 5-7-7, dus 38 lettergrepen in totaal, wat min of meer gelijk is aan 38 Japanse klankeenheden of moren.

Het gedicht is inhoudelijk meestal verdeeld in tweeën en zo worden in het gedicht twee perspectieven gegeven over hetzelfde onderwerp. De verdeling gebeurt aan het einde van regels 3 en 5, waarbij in regel 3 een scherpe ommekeer is en in 5 een zachte. Elk deel (dat beschouwd wordt als het halve gedicht) wordt een katauta genoemd. Een sedoka is vaak gericht aan een beminde.

Na de 8ste eeuw raakte deze versvorm in onbruik; er zijn slechts ongeveer zestig sedoka bekend uit die periode. Toch zijn er nog steeds (of weer?) sedoka dichters, ook buiten Japan.

Kakinomoto no Asomi Hitomaro (ca. 662 – ca. 708/710) was een Japanse sedoka dichter; van zijn afkomst en leven is niet veel bekend. In de rij van onsterfelijke Japanse dichters staat hij op nummer 1. In Akashi, Japan, is een heiligdom gewijd aan Hitomaro. Men houdt daar elk jaar een “utakai” (waka feest) dat aan hem gewijd is. (Waka: letterlijk “Japans gedicht”)