Gedicht: visserslatijn


visserslatijn

er zit een coelacanth in mijn hoofd
die van geen wijken weet
en ijverig zijn rondjes zwemt
aanspraak maakt op aandacht
verzorging
onderzoek
erkenning
nadat hij miljoenen jaren
veronachtzaamd is
van horen zeggen was hij uitgestorven
maar wij weten wel beter
: hij behoort tot
van specifiek tot algemeen
de Orde der Coelacanthiformes (Coelacantachtigen)
de Klasse der Sarcopterygii (Kwastvinnigen)
de Stam der Chordata (Chordadieren)
in het Rijk der Animalia (Dieren)
maar dat deert hem niet
hij zwemt onafgebroken
in mijn hoofd
om de maan
rond de zon
langs de planeten
en groet Neptunus
herinnert zich dinosaurussen
botsingen van continenten
veranderingen van het klimaat
we spreken af
dat ik over hem openlijk dicht
nu is hij gelukkig
en heb ik rust

© Jan Bontje augustus 2013

Gedicht: zelfbedrog


zelfbedrog

gevleugelde gouden arenden
duiken op parels
in de oerzee
waar de oersoep
net zo heet wordt gedronken
als opscheppers
van de evolutie
waar Darwin op doelde
maar zonder doel
gaat zij voort
en brengt monsters voort
die de macht grijpen
in steden en op pleinen
waar stenen tegen traangas
en achter de glazen helmen
verschijnen kinderhoofdjes
die stenen gooien naar zandgebakjes
we will rock you
en torens storten in
zowel in Babel
als New York
en de muren van Jericho
Berlijn en Palestina
zijn niet veilig
voor de vlammende protesten
van beatniks en joden
dichters en anarchisten
die niet in hokjes passen
maar oppassen!
want het goud dat blinkt
is nep
net als de botoxmeisjes
en hun kunstlippen
en nepborsten
en nepglimlach
de moloch
Ness lacht in haar vuistje
terwijl de dodendans
rond het gouden kalf
voortgaat
het inferno
dat zij hebben ontstoken
op aarde die de hel is
– de anderen –
zoals JP Sartre zei
– hij sloeg de spijker op zijn kop –
van Jut
sint Juttemis
who wants to live forever
maar
de Queen wil maar niet dood
en de prins wacht
op zijn kikker _van Basho_
die geluid maakte
als van een sprong
in het duister
van Pascal
die Kant noch wal ziet
maar oeverloos zwetst
en jongelingen naar de afgrond stuurt
met machinegeweren
op hun schoot
en cornflakes in de voorraadkast
naast de havermout
styreen en imitatie
concentratie
kamp
bommen
die uiteenspatten
op de hoofden van
reclamemonsters
het stinkt naar plastic en Auschwitz
naar gebraden mensenvlees en yoghurt
en de machines ratelen
en de kogels vliegen om de oren
maar ze horen niet
want ze zijn ziende blind
zij horen alleen de kassa rinkelen
het geluid van hun botte hersens
en lege hoofden
die weergalmen als holle vaten
en het tromgeroffel van de
krijgsdans
van krijgers uit een ver verleden
sta stil!
maar toch beweegt zij
en is nooit te stoppen
nooit
maar nu wel
althans volgens de naïeve lezer
maar het is schijn
nee
het is zelfbedrog

© Jan Bontje juni 2013

Gesignaleerd: Het wereldbeeld van de diersoort mens, door Adrian Voeten


De auteur van dit boek is dierenarts, en in het bijzonder epidemioloog en patholoog. Hij heeft door zijn wetenschappelijke werk, zo vermeldt de achterflap, zowel in Nederland als daarbuiten erkenning gevonden. In september 2012 verscheen van zijn hand een alleraardigst populair-wetenschappelijk werk waarin hij een boekje opendoet over de mens als een van de diersoorten op onze planeet.

Voeten laat zien dat de menswording van een apensoort heel wat voeten in de aarde en op de savanne had. In de vorm van brieven bouwt hij steen voor steen het wereldbeeld op dat de Homo Sapiens, de moderne mens, zich in de loop van vele honderdduizenden jaren heeft eigengemaakt. Hij begint bij het begin: het ontstaan van het heelal. Dan komt het ontstaan van het leven op aarde aan bod en ten slotte besteedt hij aandacht aan wat er zich zoal tussen de oren van die mens afspeelde en -speelt.

Bij dat laatste stuit hij uiteraard op de werking van de hersenen in samenwerking met de zintuigen en ledematen en wat daaruit zoal volgt: cultuur in de meest brede zin van het woord. Godsdienst is daarbinnen een opmerkenswaardig maar niet onbelangrijk verschijnsel: onbeantwoordbare vragen leidden en leiden tot (religieuze) voorstellingen. Voeten noemt zich een ‘pure agnost’ omdat er nu eenmaal altijd niet te beantwoorden vragen zullen overblijven. Dat hij de idee van een persoonlijke schepper niet reëel acht  blijkt echter overduidelijk.

In zijn brieven in de hoofdstukken ‘De bezige mens’ en ‘Mensen onder elkaar’ gaat Voeten in op zaken als taal, techniek, ethiek en moraal. Hij schetst hier ook zijn opvattingen over de ‘post-moderne’ samenleving waarin wij volgens hem op het eind van de 20ste eeuw zijn terechtgekomen. Deze hoofdstukken zijn het minst ‘realistisch’, d.w.z. hierin laat de schrijver zijn persoonlijke opvattingen meer de vrije loop en verlaat hij de uitsluitend-wetenschappelijke weg die hij tot dan bewandelde. Je hoeft het als lezer niet per se eens of oneens te zijn met deze slothoofdstukken om het boek als nuttig te beschouwen: een door biologische kennis verrijkt populair geschreven verslag over de evolutie van heelal, aarde en mens tot op de dag van vandaag.

“Het wereldbeeld van de diersoort mens” van Adrian Voeten, Uitg. U2pi, Voorburg, september 2012 – ISBN-10: 9087593007 – ISBN-13: 9789087593001

Jan Bontje, april 2013

Het wereldbeeld van de diersoort mens