Gedicht: Jan Zonder Hand


Jan zonder hand

er zit een ekster op mijn hand
de knuist is niet van mij maar
raakte van een verre voorzaat los
in een conflict dat allengs vergeten is

zo’n middeleeuwse knokpartij
vol maliënkolderiek geweld
ging toen natuurlijk om de macht
of eer lees naamsbekendheid dus pr

de hand werd opgezet tot kunst
en siert de hof van ons kasteel
ik stel hem op het voormalig slagveld op
als ijk- en rustpunt voor snoeshaan dode mus blinde vink

die pikken dan een graantje mee
van hoekse veten en kabeljauwse twist
vooral meeuwen mussen merels zijn voldaan
(zeggen jaloerse eksters mij)

ik strooi verstrooid wat brood of spelt
enkele kauwtjes komen er bekaaid op af
ze knokken met de eksterwacht
die naar zijn makkers schreeuwt om hulp

nadat de strijd gestreden is en al het eten op
verwijder ik de gouden klauw gauw uit mijn gouw
: nu zit een ekster op mijn hand
en die is wel van mij

Jan Bontje augustus 2013

Gedicht: Gerrit Komrij onderbroken


IMG_8470

Gerrit Komrij onderbroken

een speels geluid trekt mijn aandacht
er viel iets uit de lucht
een onbewoond huisslakkenhuisje

leeggevreten door een van de eksters
die elke dag de tuin bezoeken
met kauwtjes merels tortel- en houtduiven

rokkostuum zit op het dak
en kijkt verbouwereerd naar zijn maaltijdrestant
hij kan er geen chocola van maken

ik leg de ontruimde woning
op de ronde witte schaal
die ooit van onze moeder was

de zwarte banen omsingelen leegte
en steken onschuldig af
tegen de vuilgele en het wit

voor deze minutieuze opschudding
werd het lezen van een lezing
van wijlen Gerrit Komrij onderbroken

© Jan Bontje 10 juli 2013