Ter nagedachtenis aan Hans Warren 20-10-1921 – 19-12-2001


Ingezonden door A3:

Ter nagedachtenis aan Hans Warren 20-10-1921 – 19-12-2001
Hans Warren
Ik wilde ik kon u iets geven.
Tot troost dien in uw leven,
Maar ik heb woorden alleen,
Namen, en dingen geen.

– Herman Gorter

Vandaag (19 december 2014) herdenk ik de dertiende sterfdag van Hans Warren.
Hans had jarenlang een grote bewonderaarster, Ria Zifkamp. Ze was echt een enorme fan van Hans en stuurde hem vaak lange brieven over allerlei zaken die haar bezighielden. Ik wil een klein gedeelte uit haar laatste brief aanhalen die ze nooit heeft verzonden.

“Lieve Hans,

Ik begrijp niet dat ik je daar heb kunnen achterlaten, in je kist, naast die berg opgeworpen Zeeuwse klei, in dat weer. Regen en wind waaiden op je neer en op de man die zonder enige bescherming bij je kist bleef staan, terwijl wij twee aan twee onder paraplu’s over het grind wegliepen. Even later zag ik hem toch weggaan toen we op een zijpad liepen, hij hoorde niet bij de stoet rouwenden maar bij de begraafplaats. Wat een begraafplaats anders Hans, dat je daar wilde liggen! Borssele of niet, het is er vreselijk!”

Ik heb het graf van Hans Warren ook een paar keer bezocht. Het is inderdaad een sober kerkhof. Maar de steen die op Hans’ graf ligt is bijzonder mooi en het plekje waar hij rust ook. Ik denk dat het kerkhof van Borssele typerend is voor de goed christelijke gemeentes in Zeeland. Ria Zifkamp liet een jaar lang iedere week verse bloemen op zijn graf leggen.

Er bestaan echter vele soorten graven en kerkhoven.
Ik besluit mijn manier om Hans te herdenken met het gedicht ‘Eenzaam kerkhof’ van Augusta Peaux (1859-1944). Hans had grote bewondering voor deze dichteres die in Simonshaven voor eerst het levenslicht zag. Het gedicht heeft betrekking op de vele doden die vielen op de slagvelden in de Eerste Wereldoorlog.

Eenzaam kerkhof

De witte grassen bewegen en komen
heen en weder door wind en dauw,
de takken wiegen hun stille droomen
op donkere armen in sluiers van rouw,
het sleepkleed der treurende esschenboomen
raakt bloeiende grassen in avonddauw.

Hoog groeiden de grassen, wind die ze zaaide,
wind die ze verwaaide, zij bloeien uit,
geen hand die ze plukte, geen zeis die ze maaide.
De witte grassen bewegen en komen
heen en weder door wind en dauw,
op de hekspijlen buigen de boomen
hun donkere hoofden en krip van rouw.
Hun hangende sluiers beroeren de klachten
der witte rozen en het schemerrood
der oude daken, vele wolkengeslachten
gaan het hek over, de bloemen en den dood.

Woest liggen de graven, de grendelen der aarde
sluiten de dooden van ’t leven af,
ze zinken al dieper, een weeldrige gaarde
bloeit, hoog als de hemel, boven hun graf.
En de wagenmenner, in ’t beeld van de sterren,
ziet ernstig peinzend omlaag,
ver ligt al de aarde, een stip, zoo verre
en zijn paarden gaan zoo traag.
Langs andere werelden stiert hij zijn wagen
en waar geen werelden meer zijn,
de steppenvlakten door een eindeloos, vage,
onbekende hemelwoestijn.

Moge Hans daar in Borssele voor altijd in vrede kunnen rusten.

In memoriam: Hans Warren, 19 december 2014.
A3.

P.S.
Dit gedicht en nog vele andere mooie gedichten van Augusta Peaux, staat in de laatste bundel ‘De wilgen, de velden, het water’ en is te koop bij Jan Bontje tijdens de LiteRAR en Muziek  bijeenkomsten in Spijkenisse.

Gedicht: de dood van een columnist, 10 jaar geleden


de dood van een columnist, 10 jaar geleden

 
als ik denk aan Van Gogh
denk ik altijd – en nog –
aan zijn haatzaaiend zingen
en aan lelijke dingen
maar ook aan de vrijheid toch
en aan lelijke dingen
aan zijn haatzaaiend zingen
denk ik altijd – en nog –
als ik denk aan Van Gogh

Jan Bontje 2014

Hermen in de kerk


Een columnist zonder zijn vaste rubriek in de krant waarin hij meer dan 12 jaar elke week trouw een column plaatste, is als  geamputeerd. Er was zogenaamd geen plaats meer. Onzin natuurlijk: ik was gewoon te kritisch en dat moest wel een keer tot ontslag leiden in een stad waarin een niet nader te noemen eenmans’partij’ de meeste stemmen haalt. Maar ik dwaal af. Ik wil jullie een nieuwe vriend voorstellen. In een column, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Hermen in de kerk
 ??????

Mag ik jullie Hermen voorstellen? Ik heb hem vandaag ontmoet. Hij is een jaar of 20 geloof ik. Eerst heette hij Harry, maar die naam hebben ze toch maar laten varen – te modern. Hermen ligt immers al zo’n 700 jaar of langer in dezelfde houding. Hij consumeert de eeuwige slaap die ons allen te wachten staat, al sterven we het hopelijk niet de wrede dood die hem ten deel viel.

Hermen’s schedel is ingeslagen terwijl hij, handen en voeten aan elkaar vastgebonden, op de grond lag rond een stuk hout dat ze tussen zijn armen en benen in de grond gejaagd hadden. Van weglopen kon geen sprake zijn. Het grauw, de meute, zal gesmuld hebben…

Wat heeft Hermen gedaan of misschien wel misdaan dat hij zo’n gruwelijke dood verdiende? Joost, de duivel die er bij zijn vrome bijgelovige tijdgenoten ingehamerd werd, mag het weten. De duivel mag hem halen en zo geschiedde. In Zwolle, die mooie stad aan de IJssel. Christenen roepen terecht ach en wee over de wandaden van ISIS, maar hun eigen voorouders wisten kennelijk ook van wanten…

Ik zag Hermen vandaag voor het eerst van mijn leven. In een kerk. Of juister: in een gebouw dat tot eind 20ste eeuw als godshuis dienst deed. Bij opgravingen verderop heeft men het skelet van Harry/Hermen gevonden. De eigenaar van de boekhandel die deze kerk omtoverde tot een meer-dan-boeken hemel op aarde, de heer Waarder, wilde maar wat graag de resten van Hermen tentoonstellen. En zo zag ik Hermen dus, of om precies te zijn: een gesloten houten kistje waarin zijn botten rusten, een replica van zijn skelet in de houding waarin hij gevonden werd én, als ontroerend mooiste, Hermen zoals hij er moet hebben uitgezien met huid en haar. Aangekleed. In exact dezelfde martelhouding. Dichtbij de hemel, op de derde verdieping.

Onbekende Hermen, langs deze weg wil ik je alsnog recht doen. Als je wat misdaan hebt, verdiende je straf. Maar wat je ook hebt misdaan (wellicht een brood stelen?) een marteldood heb je niet verdiend. Maar je hebt je beulen overleefd. Niemand kent hen. En jij bent inmiddels in binnen- en buitenland een kennis of bekende. Want over wie wordt geschreven zal voor altijd verder leven!

Jan Bontje, 6 september 2014

Verslag van de 21ste ‘LiteRAR en Muziek’ op 21 juni 2014, gehouden tijdens de eerste NACHT VAN DE MUZIEK in galerie RAR in Spijkenisse


Verslag van de 21ste ‘LiteRAR en Muziek’ op 21 juni 2014, gehouden tijdens de eerste NACHT VAN DE MUZIEK in galerie RAR in Spijkenisse

Nacht van de Kunst Spijkenisse 21 juni 2014

De voorbereidingen van deze bijzondere LiteRAR en Muziek hadden behoorlijk wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk genoot het publiek van kleurrijke klanken en een weldadige wisselstroom van woorden.

Lees verder “Verslag van de 21ste ‘LiteRAR en Muziek’ op 21 juni 2014, gehouden tijdens de eerste NACHT VAN DE MUZIEK in galerie RAR in Spijkenisse”

Gedicht: The Pink Crosses


The Pink Crosses

Amanda Auchter
Ciudad Juárez, Mexico

In this wild city, we are bones
scattered in the valley’s grave. An apron,
a white tennis shoe, a face gone
missing. A mother leans over the dust

scattered in the valley’s grave. An apron
around her waist, on her way to work. The
missing. A mother leans over the dust
and carves her daughter’s initials. Her name

around her waist, on her way to work. The
bones wait to be found; there are always bones. She prays
and carves her daughter’s initials. Her name,
Veronica, and the others, EsmereldaBarbaraBrenda; our

bones wait to be found; there are always bones. She prays
to the gardens tethered to the field of pink crosses:
Veronica, and the others, EsmereldaBarbaraBrenda, our
roses, wild poppies, fragile blooms of morning glories,

to the gardens tethered to the field of pink crosses:
the wooden fence marked ¡Justicia!, the desert empty of
roses, wild poppies, fragile blooms of morning glories,
for the women who walk home each night. The unfinished earth.

 

Facebook Like Button  Tweet Button

Copyright @ 2014 by Amanda Auchter. 

About This Poem

“This poem was inspired by a photograph I came across of all the pink crosses in Ciudad Juárez that serve as memorials to the hundreds of women and young girls who have been murdered over the past few decades, many of whom have never been found. Stylistically, I wanted to experiment with form in this poem in order to capture both the horrifying emotions that fueled these murders and the emotions of the people who have lost their daughters, wives, and sisters.”
—Amanda Auchter

Amanda Auchter is the author of two books of poems, most recently The Wishing Tomb (Perugia Press, 2012). She teaches at Lone Star College and lives in Houston, Texas.