Foto’s Philip Mechanicus tentoongesteld


Het Joods Historisch Museum toont sinds vrijdag 24 mei 2013 het eerste overzicht van het werk van fotograaf Philip Mechanicus. Het Amsterdamse museum wil de ‘grote veelzijdigheid’ van zijn fotografie laten zien. De expositie Philip Mechanicus, Fotograaf is te bezoeken t/m 27 oktober 2013.

Philip Mechanicus is vooral bekend van zijn sobere zwart-wit foto’s. Daarnaast bouwde hij een reputatie op als publicist, met als voornaamste onderwerpen fotografie en gastronomie.

Philips Mechanicus De pose der natuurlijkheid

Hij portretteerde veel prominente figuren uit de cultuursector, zoals journalist/presentator Matthijs van Nieuwkerk, beeldend kunstenaar Marlene Dumas en dichter/columnist/schrijver Remco Campert. Ook veel van de straatfoto’s die hij in de jaren 50 en 60 van de 20ste eeuw maakte van de buurt rondom het Amsterdamse Waterlooplein maken deel uit van de expositie.

Mechanicus (1936-2005) groeide op in de Amsterdamse Jodenbuurt.  In 1965 won hij de Fotoprijs van Amsterdam.

De tentoonstelling bevat ongeveer 150 foto’s uit de collectie van o.m. het Joods Historisch Museum, het Maria Austria Instituut en schrijver K. Schippers, die samen de expositie opzetten.

Tekeningen Peter van Straaten naar Letterkundig Museum


Het Letterkundig Museum in Den Haag heeft zijn collectie 
uitgebreid met literaire cartoons van Peter van Straaten. 
In totaal verwierf het museum 145 werken van de tekenaar. 
In 2008 bracht Van Straaten het gros van zijn tekeningen 
al onder bij het museum.
De in 1935 geboren tekenaar werd onder meer bekroond met de 
Gouden Ganzenveer (2006), de Inktspotprijs (1994,1997, 2003,
2010) en de Stripschapprijs (1983). 
Zijn tekeningen verschenen o.a. in Vrij Nederland, Het Parool 
en de Volkskrant.
Het Letterkundig Museum in Den Haag wijdt t.g.v. de aanwinst 
een kleine tentoonstelling aan het werk van Van Straaten.
Daarin staan twee van zijn geliefde thema's centraal: 
literatuur en erotiek.

Vestingval: Elburg biedt kunstenaars een podium


Van 9 tot en met 18 mei 2013 organiseert Stichting Vestingval Elburg het tweede Vestingval. Net als in 2012 zal het oude vestingstadje Elburg op de Noord-Veluwe veranderen in een podium voor meer dan 20 professionele kunstenaars. 

Behalve aan beeldende kunst biedt het Vestingval ook ruimte aan andere kunstvormen, zoals muziek, mode en dans. Doelstelling is dat kunst, cultuur en historie elkaar ontmoeten en versmelten tot een fascinerend geheel.

In totaal herbergt de Elburger binnenstad maar liefst 440 monumenten en heeft daarmee de grootste ‘monumentendichtheid’ van Nederland. Mooie oude panden worden door de bewoners goed onderhouden. Ook de stadsmuur, de Vischpoort, de Grote Kerk en de karakteristieke ‘keitjesstoepen’ zorgen voor een nostalgisch stadsbeeld.

Binnen de Vesting Elburg bevinden zich bovendien bijzondere musea. Eén van de opvallendste gebouwen is het vroegere Agnietenconvent. In dit 15de eeuwse vrouwenklooster is nu het Museum Elburg gevestigd. Centraal onderdeel hiervan is de voormalige kloostertuin; een rustige, besloten plek om kunst te beleven.

Diverse musea werken samen als Museaal Platform. Dit maakt het mogelijk om, samen met de eigenaren van historische panden en tuinen, het Vestingval te realiseren, zonder kosten voor de deelnemers. De meeste monumenten doen tijdens het Vestingval tevens dienst als expositieruimte en/of podium en zijn ook voor bezoekers gratis toegankelijk. Voor meer informatie, zie de website van Vestingval.

Couperus en de Oudheid: tentoonstelling in Rijksmuseum van Oudheden, Leiden


Couperus en de OudheidVan 8 maart t/m 25 augustus 2013 is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de bescheiden expositie ‘Couperus en de Oudheid‘ te zien, over de Nederlandse schrijver Louis Couperus (1863-1923) en zijn romans over de Oudheid. Dit ter gelegenheid van het jubileumjaar ‘150 jaar Louis Couperus’ dat in 2013 wordt gevierd. De expositie combineert de vroege uitgaven van Couperus’ romans met archeologische voorwerpen uit de klassieke en Egyptische collectie van het museum. Kunstenares Elisa Pesapane liet zich door deze bijzondere combinatie inspireren en maakte potloodtekeningen bij de expositie.

Louis Couperus

De tentoonstelling wordt georganiseerd in het kader van ‘150 jaar Louis Couperus’ en is een initiatief van het Louis Couperus Genootschap. De schrijver werd op 10 juni 1863 geboren aan de Mauritskade in Den Haag. Louis Couperus schreef over de Oudheid tientallen romans en verhalen en die spelen de hoofdrol in de tentoonstelling. Waar mogelijk worden de eerste drukken van Couperus’ boeken getoond. Bij de romans selecteerde het museum toepasselijke objecten uit de eigen klassieke en oud-Egyptische collectie, zoals een marmeren Dionysos-beeld. Kunstenares Elisa Pesapane maakte in opdracht van het museum potloodtekeningen bij elk boek; op de tekeningen is steeds Couperus te zien met een aan die titel gerelateerd voorwerp of oudheidkundig thema. Deze unieke tekeningen zijn te koop via de museumwinkel.

Frédéric Bastet

Frédéric Bastet (1926-2008), voormalig conservator Klassieke Wereld van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, was de biograaf van Louis Couperus. Hij bewonderde Couperus’ grote liefde voor en buitengewone kennis van de Oudheid. In de expositie is een uniek tv-fragment te zien waarin biograaf Bastet commentaar geeft op filmbeelden van Louis Couperus uit zijn sterfjaar 1923. Het is de eerste keer dat Frédéric Bastet bewegende beelden ziet van Louis Couperus en hij vertelt wat dat met hem doet.

Tentoonstelling

Rijksmuseum van Oudheden
Rapenburg 28

2311 EW Leiden
Van 8 maart t/m 25 augustus 2013

Beelden van Tineke Nusink in Mesdag t/m 23 juni 2013


Een nog in leven zijnde kunstenaar exposeert te midden van overleden collega-kunstenaars die zij allemaal heeft gekend!

Beeldend kunstenaar Tineke Nusink uit Spijkenisse was vereerd en verrast toen zij enige tijd geleden door kunstverzamelaar Fred Klomp werd uitgenodigd om haar beelden in Panorama Mesdag te combineren met het werk van de vier overleden Haagse aquarellisten Sierk Schröder (1903-2002), Pieter van Daele, Herman Bogman (1890-1975) en Rudolf de Bruyn Ouboter. (1894-1983)

De expositie, die t/m 23 juni 2013 te bezoeken is, toont 45 meesterwerken van deze vier aquarellisten, allemaal uit het particuliere bezit van kunstverzamelaar Fred Klomp. Zoals het echtpaar Mesdag, naamgevers van het beroemde Mesdag Panorama aan de Zeestraat 65 te Den Haag, in hun museum schilderkunst tentoonstelde in combinatie met andere kunstvormen, zo combineert ook Fred Klomp schilderijen met driedimensionaal werk. Het werk van Tineke Nusink wordt getoond tegen de achtergrond van een prachtige wandbekleding met gevederde pauwen.
Directeur Marijke de Jong van het Mesdag is idolaat van de vier levensgrote bronzen schapen van Nusink. “Ze zijn zo robuust en tegelijk zo frêle. Ik ben er trots op het werk van deze kunstenares in huis te hebben.”

De tentoonstelling is dagelijks te bezoeken van 10.00 tot 17.00 uur.

Adresgegevens:

Panorama Mesdag
Zeestraat 65
2518 AA  DEN HAAG
telefoon: 070-310 66 65
e-mail    : info@panorama-mesdag.com

Tineke Nusink
Tineke Nusink

Expositie “65 jaar Cobra. Vrijheid en Vitaliteit”, Stedelijk Museum Schiedam t/m 1 september 2013


Karel Appel, Mannetje met de zon, 1947, collectie Stedelijk Museum Schiedam, foto Bob Goedewaagen, copyright Karel Appel Foundation, c.o Pictoright Amsterdam

Vrijheid en Vitaliteit

Het Stedelijk Museum Schiedam presenteert tot en met 1 september 2013 een ruime selectie uit de Schiedamse Cobra-collectie. In de tentoonstelling zijn de topstukken uit de vroege periode van Cobra opgenomen. ‘Knoeiers, kladders en verlakkers‘, met deze woorden werd de kunst van Cobra 65 jaar geleden ontvangen. De experimenten van kunstenaars als Karel Appel, Constant, Corneille, Eugène Brands, Jan Nieuwenhuijs, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp veroorzaakten schandalen en dat was ook de bedoeling. Verschillende Nederlandse kunstenaars speelden een hoofdrol in deze beweging. Het experimentele werk werd aanvankelijk sterk verguisd, maar wordt nu door het grote publiek zeer gewaardeerd.
Cobra bestond slechts drie jaar (1948-1951), maar deze kunstbeweging wordt nu door velen beschouwd als de belangrijkste avant-garde beweging in de beeldende kunst van na 1945. Door de spontane expressie als uitgangspunt te nemen voor een geheel nieuwe, experimentele beeldtaal, belichaamt Cobra de herwonnen vrijheid van na de Tweede Wereldoorlog.

Geschiedenis

Op 16 juli 1948 werd bij Constant thuis, op de Henri Polaklaan 25 in Amsterdam, de Experimentele Groep in Holland opgericht in aanwezigheid van Karel Appel, Constant, Corneille, Jan Nieuwenhuijs, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp. In augustus voegde ook Eugène Brands zich bij de groep. De Experimentele Groep in Holland ging later dat jaar, samen met gelijkgestemde groepen uit Denemarken en België, op in Cobra. Geliefde onderwerpen waren fantasiedieren en fantasiewezens, neergezet in felle kleuren. Enkele kunstenaars verbeeldden ook de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De spontane expressie van de Cobra-kunstenaars leidt tot een geheel nieuwe, experimentele beeldtaal.

Tentoonstelling

In de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Schiedam zijn de topstukken van Cobra uit de eigen collectie te zien en wordt het verhaal verteld over het ontstaan van Cobra. De tentoonstelling omvat ruim zeventig kunstwerken in verschillende technieken (schilderijen, gouaches, aquarellen, tekeningen, sculpturen, grafiek, keramiek), en oorspronkelijke Cobra-documenten (tijdschriften en boekjes). Voor een breed publiek, dat in Cobra is geïnteresseerd bevat de Schiedamse verzameling veel belangrijk werk.
De Schiedamse Cobra-collectie werd al in de jaren 1950 opgebouwd, toen nog maar weinig musea hedendaagse kunst verzamelden. Daarmee is de Schiedamse verzameling, samen met die van het Amsterdamse Stedelijk, de belangrijkste vroege Cobra-collectie in Nederland. Vooral de Nederlandse Cobra-kunstenaars zijn verzameld. Het museum bezit werk van alle leden van de oorspronkelijke Experimentele Groep: Karel Appel, Eugène Brands, Constant, Corneille, Jan Nieuwenhuijs, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp. Daarnaast is er verwant werk van Lucebert, Jan Elburg en Lotti van der Gaag in de collectie opgenomen. Het Stedelijk Museum Schiedam kocht de Experimentelen uit het reguliere aankoopbudget, in de volle overtuiging daarmee een verzameling aan te leggen ‘die representatief is voor de eigentijdse kunst’, zoals conservator Daan Schwagermann het destijds formuleerde. Door schenkingen, langdurig bruiklenen en een incidentele aankoop kan het museum de collectie nog steeds versterken.

Schiedamse verzamelaars

De tentoonstelling ‘65 jaar Cobra. Vrijheid en Vitaliteit‘ laat de Schiedamse Cobra-collectie zien, die destijds onder invloed van vooraanstaande Schiedamse particuliere verzamelaars bijeen is gebracht, in het bijzonder door de drukker Goos Verweij (als bestuurslid van de Vereniging Vrienden) en de jurist Piet Sanders (lid van de museumcommissie) die destijds Schwagermann op verschillende manieren bijstonden. Zij kochten van verschillende experimentele kunstenaars met wie ze bevriend waren en zorgden voor de contacten tussen het museum en de kunstenaars, die tot tentoonstellingen en aankopen leidden. In die zin droegen ze in belangrijke mate bij aan de vroege waardering voor Cobra.
Goos Verweij en Piet Sanders hebben vele werken geschonken aan het museum. Vorig jaar (2012) nog ontving het museum een unieke en belangrijke wandsculptuur ‘Moeder en kind‘ (1951) van Karel Appel die nu een prominente plaats in de tentoonstelling heeft.
Naast de Schiedamse verzamelaars hebben in de afgelopen jaren ook andere verzamelaars uit Nederland belangrijke werken geschonken of in langdurig bruikleen gegeven.

Tentoonstelling

Stedelijk Museum Schiedam
Hoogstraat 112, 3111 HL Schiedam
Van 26 januari t/m 1 september 2013

(Afbeelding bovenaan:Karel Appel, Mannetje met de zon, 1947, waterverf, krijt op papier, 44,0 x 55,6 cm, collectie Stedelijk Museum Schiedam, foto: Bob Goedewaagen, © Karel Appel Foundation, c/o Pictoright Amsterdam)

Kunst, geschiedenis, legende, museum, vrouwen, borsten…


'Geniaal als mijn borsten aan het museum hangen'

Amersfoortse vrouwen in de rij voor een borstafdruk

Tientallen vrouwen stonden onlangs in de rij in het Amersfoortse museum Flehite om een gipsafdruk van hun borsten te laten maken. Beeldend kunstenares Loes ten Anscher maakt van het volgens haar mooiste paar een afgietsel voor een gevelsteen voor het museum ter ere van Sint Agatha van Catania, een christenmeisje dat stierf in 250. Agatha was, althans volgens de legende, een beeldschone jonge christenvrouw uit Catania op Sicilië. Omdat ze weigerde de minnares te worden van een Romeinse landvoogd liet deze haar vreselijk martelen. Zo hoopte hij haar te kunnen dwingen om haar geloof te verzaken. Toen dat niet lukte sneed men haar de borsten af en toen ook dat niets hielp, liet hij haar doden door haar over brandende kolen te trekken.

© anp

De vrouwen van tussen de 20 en 26 jaar zijn niet bang dat hen hetzelfde lot treft 😉 ‘Het lijkt me geniaal als mijn borsten aan het museum komen te hangen,’ zei een van hen.

© anp
Knipoog
Na de aankondiging van het kunstplan regende het aanmeldingen bij de kunstenares. Bij ruim dertig vrouwen werden afgietsels gemaakt van hun borsten. Dat gebeurde in een afgesloten ruimte van het museum.  ‘Het loopt als een tiet,’ zei de kunstenares. Het is ook een project met een knipoog, vertelde zij verder. ‘Het gaat niet om de borsten, maar om een middeleeuws gegeven in een moderne setting. Het is de bedoeling dat bezoekers uit de borsten water kunnen opvangen op een gaasje, dat kan helpen tegen borstkwalen.’ Een knipoog naar bijgeloof, zullen we maar zeggen. Hoe de ideale borsten eruitzien, kan Ten Anscher niet zeggen. ‘Ik weet nog niet welk vlees ik in de kuip heb. Als jury maken we een keus. De uitverkorene blijft anoniem.’