Gedicht: Z


Z

‘ik eis’
‘ik wil’
maar ‘zij moeten’
de anonieme halfabeet
waant zich
individu
mens
maar is massadeeltje
is niets wil alles
geeft vaak tweemaal acht
kickt op zijn kistjes
scheert zijn skinny head
mijdt daglicht
troetelt zijn tattoo
wacht op het foute moment

de laatste letter van het alfabet
uitgepraat

© Jan Bontje augustus 2013

Gedicht: visserslatijn


visserslatijn

er zit een coelacanth in mijn hoofd
die van geen wijken weet
en ijverig zijn rondjes zwemt
aanspraak maakt op aandacht
verzorging
onderzoek
erkenning
nadat hij miljoenen jaren
veronachtzaamd is
van horen zeggen was hij uitgestorven
maar wij weten wel beter
: hij behoort tot
van specifiek tot algemeen
de Orde der Coelacanthiformes (Coelacantachtigen)
de Klasse der Sarcopterygii (Kwastvinnigen)
de Stam der Chordata (Chordadieren)
in het Rijk der Animalia (Dieren)
maar dat deert hem niet
hij zwemt onafgebroken
in mijn hoofd
om de maan
rond de zon
langs de planeten
en groet Neptunus
herinnert zich dinosaurussen
botsingen van continenten
veranderingen van het klimaat
we spreken af
dat ik over hem openlijk dicht
nu is hij gelukkig
en heb ik rust

© Jan Bontje augustus 2013

Gedicht: aderlating


aderlating

ik heb zojuist het potlood herontdekt
en schrijf nu dit gedicht
het is gewillig
laat zich braaf schrijven
zoals ik dat wil (denk ik naïef)
in werkelijkheid
schrijft het gedicht zichzelf
dien ik slechts
als doorgeefluik en instrument
van woorden die eeuwenoud zijn
maar door en in dit vers
een nieuwe inhoud krijgen
nieuwe woorden worden
zoals massa moord mooie mens
moeder natuur
is onverschillig
de mens denkt
dat hij belangrijk is
maar in feite is hij
rijk aan belangen
dus slaaf
: of lijfeigene
zoals nu (tijdens dit gedicht)
van dit potlood
waarvan ik me bevrijd
door het weg te leggen
afstand te nemen
met aderlating van dit gedicht

Jan Bontje augustus 2013