Gedicht van Manuel Kneepkens: De Bokser


De Bokser

                              En toen heb ik ‘m een stoot
                              op z’n strot gegeven
              
                              Hij h e b nooit meer gebokst!
           
gelaat hard als een helm over zijn angst
verraden hem de littekens van z'n ogen

een met huid en rede omklede huivering
toch is er geen keus dan deze, de Geschondene

halfnaakt
in de glans van z'n zweet

In al z 'n shuffles van taal
als eens Jezus de Timmerman

in de voorhof van de tempel
van Crooswijk

met z'n linkse directe! Pats! Boem!
op de Andere Wang...

(O, dat Knock-Out-
 woord
 diep in ons:

 P o ë z i e ...)

O, Bokser, Mensenzoon van Rotterdam!

© Manuel Kneepkens


(Voor de niet-Rotterdammers: het gedicht gaat over de Rotterdamse bokser 
Bep van Klaveren (1907-1992))

Gedicht van Manuel Kneepkens: Lange Hoogstraat


Lange Hoogstraat

Als ik het woord Rotterdam uitspreek
zie ik als in een zwarte spiegel

de zwaar geboenwaste voorkant
van de palissander kast

in de eetkamer van mijn familie   
woonachtig aan de Lange Hoogstraat

waar in de onderste lade
een Heilig Hart beeld lag / afgedankt

Een stralenkrans van verguld ijzerdraad
om het gipsen hoofd

Hogerop
volgde intussen een formatie Heinkels
de loop van de Maas

Het was stil, doodstil, die zonnige meidag
vlak voor het Bombardement

In die stilte leerde mijn familie
althans de Rotterdamse tak

weer bidden...

© Manuel Kneepkens

Gedicht van Manuel Kneepkens: Symposion – Erasmus kapittelt zijn universiteit


Symposion - Erasmus kapittelt zijn universiteit

Waarom ben je zo verontwaardigd, collega
over mijn wetenschapsopvatting
omdat zij topless je colleges bezoekt

je studenten
afleidt
van hun Doodscomputers?

Ach, draait het rad van de seizoenen niet gewoon door?

Worden de mensen in Darfur soms niet langer afgeslacht?
Of in Syrië? Of in Irak?

Hou toch op, prof. dr. Penisnijdige
met alsmaar Oorlog voeren
Symposia
gaan over Eros, al sinds Socrates!

Laten we liever samen een Tiet construeren
boven de Laurenskerk
een hele Grote Tiet aan het Heelal
                  
Kunnen de Rotterdammers eindelijk gaan Drinken!

© Manuel Kneepkens

Gedicht: Vissen spreken Latijn


Vissen spreken Latijn

er zwemt een karper in mijn hoofd
die is gesjeesd in Leiden
hij spreekt mij aan in grijs Latijn
en noemt zich vrije heiden

hij is niet groen of zwart of rood
maar heeft een heuse karperkleur
ik mag dus schrijven wat ik wil
terwijl ook hij graag vrij is

Jan Bontje, 4 mei 2013
(Naar huis lopend op 4 mei, Dodenherdenking (ik had met drie anderen in een live uitzending van de lokale tv Schiedam (Look tv) over Dodenherdenking en vrijheid en poëzie gesproken), kwam ineens dit gedicht in me op. Ik stopte bij een bank in het park, pakte pen en papier en bijna kant en klaar ontvouwde dit gedicht zich op het papier. Thuis heb ik er nog aan geschaafd, tot het gedicht zei: ik ben af. Vraag me niet wat het betekent, want dat weet ik zelf ook niet. Later schoot me te binnen: ik had in een plas in dat park twee dode karpers gezien…)