Censuur op de Erasmusuniversiteit (2)


Eerder heb ik geschreven over censuur op Erasmus Universiteit. Hieronder het vervolg: het antwoord van Manuel Kneepkens op een brief van mw. van der Meer Mohr van de EUR.

Rotterdam, 14 februari 2013

Geachte mevrouw van der Meer Mohr,

In uw brief dd. 7 februari schrijft u “Ik accepteer uw stelling dat de uitnodiging via mevr. Voogd door u gezien kan worden als een uitnodiging van de universiteit”. Het verheugt mij dat door u nu eindelijk wordt erkend, hoe het zit.

Inderdaad, u (de EUR) hebt mij uitgenodigd om mijn werk bij u op te hangen.

En … u (de EUR) hebt vervolgens volledig gefaald om mijn werk (en mijn eer en goede naam) te beschermen tegen het optreden van een derde partij. Daar draait het om.

Want wat moet ik met de zin in vraagvorm die direct na de zin over ‘de erkenning van uw verantwoordelijkheid’ komt:

Maar staat het de uitbater van de Facultyclub vervolgens niet vrij om aan te geven welke van uw werken hij wel hij wel of niet mooi vindt aan de muren. Dat heeft toch niets met censuur te maken?

Mevrouw, voor de zoveelste maal. Ik heb met die cateraar van u niets te maken. Ik heb met u (de EUR) te maken, zoals u zojuist eindelijk toegegeven hebt. Wat tussen u en de cateraar allemaal is afgesproken, hoe kan ik dat weten? U stelt mij een vraag die ik niet kan beantwoorden. Waarom doet u dat?

U hebt op een of andere manier het exposeren op verzoek van de EUR in de Facultyclub niet of niet goed geregeld en hebt mij daarvan de dupe doen zijn. Daar draait het om. Want alles wat ik ervan begrijp, is dat de ‘lijn’ kunstenaar – mevrouw Voogd – universiteit (lijn 1) klaarblijkelijk botst met de ‘lijn’ universiteit – cateraar (lijn 2).

Reeds in mijn eerste brief dd. 24 januari vroeg ik u dat beter te regelen. Ik beval u tevens in die brief aan dat u eens een goed gesprek met uw cateraar zou houden, over wat een universiteit is en wat daar de mores zijn. Want de man heeft blijkbaar niet de geringste idee in welke context hij zijn werk uitoefent.

Wellicht is dat voldoende. Of… is het contract dat u met hem bent aangegaan, zodanig onduidelijk inzake wederzijdse verantwoordelijkheden inzake exposities in de Facultyclub, dat deze ongekend preutse man in de waan verkeert dat hij ongestraft censuur op het in naam van de EUR opgehangen werk mag toepassen?

Dan is dat een juridisch onvermogen uwerzijds. Het past niet dat ik daarvoor op moet draaien.

Wellicht kan het instellen van arbitrage u uit de bestuurlijke impasse helpen, waarin u bent geraakt. Een onafhankelijk derde of een commissie van derden buigt zich over de zaak als ‘lijn 1’ met ‘lijn 2’ botst en doet een bindende uitspraak. Dit alles dient uiteraard te geschieden VOOR de expositie is ingericht. En niet DAARNA.

A) Opdat de volgende kunstenaar de schandelijke schoffering die mij is overkomen, bespaard blijft… Eerst hang ik mijn werk op, twee dagen later word ik gesommeerd zeven van de veertien weg te halen en doodleuk als een soort pornograaf te kijk gezet. En van dat kwalijk gedrag hebt u zich nog steeds niet gedistantieerd. Ook de wijze waarop u met uw eigen mevrouw Voogd omgesprongen bent, is beneden peil geweest. Ook daar passen excuses.

B ) U hebt toegestaan dat in de context van uw universiteit in een expositie op verzoek van die universiteit ingericht, kunstwerken doodleuk door een derde partij entartet zijn verklaard, ja zelfs, VERWIJDERD! Daarmee hebt u de naam van de Erasmusuniversiteit te grabbel gegooid.

C) Ten slotte dit. Toen ik nog lid van de gemeenteraad van de stad Rotterdam was, deed zich het geval Ripken voor. Het was in de tijd van de Moord op Theo van Gogh. De kunstenaar Ripken, die in de Insulindestraat, alhier in Rotterdam, naast een moskee woont, had toen achter zijn ruit de tekst: ‘In Nederland heerst vrijheid van meningsuiting’ gehangen. Deze volstrekt onschuldige tekst werd door de politie weggehaald.

Een ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Toenmalig burgemeester Opstelten, als hoofd van de politie verantwoordelijk, heeft toen de kunstenaar bezocht en zijn excuses aangeboden. Bovendien werd de heer Ripken met een opdracht geëerd.

Kijk, zo hoort het. Een bestuurder maakt fouten. Dat kan gebEURen. Het blijft mensenwerk. Maar de goede bestuurder kenmerkt zich doordat hij een gemaakte fout goed maakt. Burgemeester Opstelten deed dat. En u?

U hebt het nodige goed te maken jegens mij!

Ik doe u daartoe een voorstel, dat ook gunstig is voor de Erasmusuniversiteit. Want… en dat is zeker zo belangrijk als het goed maken jegens mijn persoon, u hebt óók heel wat goed te maken ten aanzien van uw eigen universiteit. Die moet de naam van Erasmus (weer) waardig worden. Bestuur, staf en studenten moeten meer van de geest van Erasmus doortrokken raken, want dat blijkt maar al te zeer nodig. Zie uw eigen optreden tot nu toe. Daar is allereerst voor noodzakelijk, dat bestuur, staf en studenten, meer, veel méér, met de persoon en werken van Erasmus bekend geraken, dan nu blijkbaar het geval is.

Als bijlage stuur ik u mijn lezing in de Laurenskerk op de Verjaardag van Erasmus – 28 oktober 2012 – gehouden. Ik doe daarin, o.a., het voorstel om een Erasmusdag aan de Erasmus-universiteit in te stellen, een feestelijke dag met als hoogtepunt een Erasmuslezing door een wetenschapper van naam. Onderwerpen te over. Wat denkt u bv. van Hoe tolerant was Erasmus en hoe tolerant zijn wij?

Tevens stelde ik voor dat iedereen die voor het eerst komt studeren aan de Erasmusuniversiteit een ‘een draagbare Erasmus‘ als ontvangstgeschenk overhandigd krijgt. U hebt een kenner van het werk van Erasmus in huis, prof. Hans Trapman, die zou zo’n draagbare Erasmus uitstekend kunnen samenstellen.

U eindigt uw brief met de zinsnede: “Wat begon als een onschuldig project, heeft zo een bittere nasmaak gekregen. Alleen al dat feit betrEUR ik zeer.”

Als dat zo is, dan zult u zeker toejuichen, dat er zowaar nog iets goeds kan gaan komen uit deze onverkwikkelijke affaire. Zie mijn voorstellen hierboven. Als u aan uw universiteit, die u naar eer en geweten dient te besturen, de geest van Erasmus teruggeeft, zal ik dat beschouwen als goedgemaakt aan mij.

Met vriendelijke groet,

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens kruisiging

Advertenties

8 gedachtes over “Censuur op de Erasmusuniversiteit (2)

    1. Ik heb toestemming van de heer Manuel Kneepkens om die brief weer te geven:

      quote
      Geachte heer Kneepkens,

      Dank voor uw uitgebreide brief van 6 februari met als bijlage een portret.

      Ik begrijp uit uw brief dat u werkelijk het gevoel heeft dat de Erasmus Universiteit censuur heeft gepleegd door toe te staan dat de cateraar van de Faculty club een voorkeur voor bepaalde van uw kunstwerken uitsprak. Wij zien dat anders, zoals ik U al schreef. Ik accepteer uw stelling dat de uitnodiging via mevrouw Voogd door u gezien kan worden als een uitnodiging, afkomstig van de universiteit. Maar staat het de uitbater van de faculty club vervolgens niet vrij om aan te geven welke van uw werken hij wel of niet mooi vindt aan de muren? Dat heeft toch niets met censuur te maken? Als u zich niettemin ‘uitgeleverd voelt aan een cateraar die uw werk censureert’, dan spijt mij dat oprecht. Wat begon als een onschuldig project, heeft zo een bittere nasmaak gekregen. Alleen al dat feit betreur ik zeer.

      Met vriendelijke groet,

      mr Pauline F.M. van der Meer Mohr | Voorzitter College van Bestuur | Erasmus Universiteit Rotterdam
      unquote

      1. Wat goed dat de brief ook is te lezen. Zo te lezen valt er niets aan te doen. Zeg Jan, kan jij geen interview doen met de cateraar? Dan zijn alle partijen gehoord. Ik denk dat de cateraar voortaan eerst gaat balloteren. Voor de kunstenaar Kneepkens is het moeilijk verteerbaar en dat snap ik. Het is zoiets als bij ziekenhuizen daar mag ook geen kunst hangen dat heftige emoties kan oproepen.

        1. 1. Interview: ga ik over nadenken. Die cateraar is overigens geen partij: de kunstenaar heeft een contract met de EUR en niet met de cateraar… Het is wél interessant te weten wat zo’n persoon bezielt en hoe hij ertoe komt om te censureren…
          2. Een universiteit is toch wat anders dan een ziekenhuis. Zeker een die de naam van dé man van tolerantie draagt: Erasmus. En dat in een stad die zich graag tooit met de eer en faam die aan Erasmus kleeft. De stad waar Pierre Bayle zijn toevlucht kon zoeken…

          Censuur is kennelijk niet alleen iets van enge verre landen, maar ook hier, in de rivierdelta, het polderland bij uitstek, het “land van Maas en Waal”, plant het virus van de censuur zich voort…

        2. Ha Jan, dank je voor je antwoord. Je zou zeggen dat een universiteit anders is dan een ziekenhuis, maar met wat er speelt zou ik zeggen dat het onderscheid niet te vinden is. Leuk om op de hoogte te blijven en succes voor kunstenaar Kneepkens.

Ik ben benieuwd wat je hiervan vindt... Geef een reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s